Copy
Nieuwsbrief 65


Goudwesp onbekend

Genoeg te ontdekken!

Vorige maand vloog een havikarend over Nederland en deze maand was het opnieuw raak met arenden. Een steppearend en een dwergarend. Een feestmaal voor vogelaars. Dit was nog maar het vijfde geval van steppearend in ons land en de laatste keer was 18 jaar geleden. Bovendien liet de vogel zich prachtig observeren en hield iedereen keurig afstand van de vogel en elkaar.

Mei is net bijna voorbij en toch zijn al 4.500.000 waarnemingen ingevoerd. Een ongekend aantal maar de reden blijft gissen. Ongetwijfeld spelen de Corona maatregelen in combinatie met veel zonneschijn een grote rol. Door al die zonneschijn is het ongekend droog voor de tijd van het jaar. Het neerslagtekort is groter dan in 2018 en 2019 om deze tijd. Vooral het oosten en het zuiden van het land hebben te maken met de droogte. Een droog voorjaar is bijvoorbeeld gunstig voor de grauwe klauwier maar zeer nadelig voor de zeldzame speerwaterjuffer. Het weer heeft duidelijk invloed op onze biodiversiteit. 

In de woonwijken vliegen en huppen nu regelmatig jonge vogels. Ook zij hebben last van deze droogte. Water is immers schaars. Je kunt hen helpen door een schaal met water in de tuin te plaatsen. Dat lest de dorst en geeft verkoeling.  

Foto's in mei


Hieronder een selectie van foto's die jullie het hoogst hebben gewaardeerd in de afgelopen maand. Daar zitten zoals altijd echte parels tussen. Onder de foto's vind je de soortnaam en de fotograaf. De soortnaam is aanklikbaar voor een ieder die meer informatie zoekt.  
 
Wij plaatsen enkel foto's van waarnemers die daar toestemming voor geven (zie Nieuwsbrief 43). Op Waarneming.nl staan foto's met een hogere waardering of meer views. Deze gebruikers hebben hun fotomateriaal echter afgeschermd voor gebruik door derden.

Alle biodiversiteit in Nederland in kaart


Je zou denken dat in Nederland vrijwel alle soorten flora en fauna wel in kaart zijn gebracht. We zijn tenslotte een klein landje met veel vrijwilligers die vooral via Waarneming.nl de biodiversiteit monitoren. Niets is echter minder waar. Tot nu toe zijn vooral de grote, zichtbare, gemakkelijk te monitoren groepen in kaart gebracht zoals vogels, zoogdieren, vlinders en bloeiende planten. Maar daar gaat verandering in komen.

Binnenkort start het wereldwijd baanbrekende megaproject ARISE. Professor Koos Biesmeijer van Naturalis Biodiversity Center en coördinator van het project legt uit: "We willen binnen vijf tot tien jaar alles wat leeft – van de grootste dieren tot de allerkleinste schimmels – in kaart brengen in Nederland." Om dit te doen investeren NWO, Naturalis Biodiversity Center, Universiteit van Amsterdam, Universiteit Twente en het Westerdijk Fungal Biodiversity Institute meer dan 18 miljoen euro. Waarneming.nl is via Naturalis Biodiversity Center nauw betrokken bij dit project.


Bloedcicade - Cercopis Vulnerata

Wat wordt er concreet gebouwd?

ARISE is een infrastructuur om alle meercellige soorten flora, fauna en schimmels te identificeren. Hiermee kunnen we in de toekomst veel beter de biodiversiteit monitoren. Koos Biesmeijer vertelt: "Uiteraard bouwen wij voort op bestaande projecten, initiatieven en innovaties, maar we integreren wel op een wereldwijd unieke manier DNA, beeld- en geluidsherkenning en radargegevens om een zo compleet en betrouwbaar mogelijk beeld te krijgen van de biodiversiteit in Nederland. Dit doen we met behulp van kunstmatige intelligentie en data science." ARISE kan beleidsmakers, waterschappen, provincies en andere betrokkenen van betrouwbaardere informatie voorzien op het gebied van biodiversiteit. Bovendien kunnen Nederlandse onderzoekers gebruik maken van de verzamelde informatie.

Toegang tot de meest geavanceerde near-real-time identificatiedienst

Deze geïntegreerde infrastructuur geeft Nederlandse onderzoekers, natuurbeschermingsorganisaties, overheden en het bedrijfsleven toegang tot de meest geavanceerde, near-real-time identificatiedienst voor monitoring van de biodiversiteit en opsporing van soorten. Hierdoor ontstaan nieuwe mogelijkheden om het functioneren van ecosystemen te begrijpen, trends te ontdekken en om biodiversiteit beter te integreren in de grote maatschappelijke opgaven zoals de circulaire economie, natuur-inclusieve stad en de kringlooplandbouw. 

Een nieuw tijdperk in soortenherkenning

Koos Biesmeijer ziet dit als een belangrijke stap. "Het verlies aan biodiversiteit is een van de belangrijkste bedreigingen voor de mensheid. We hebben daarom dringend behoefte aan betere instrumenten voor soortherkenning en monitoring van biodiversiteit. Want alleen wanneer we weten wat er is, kunnen we het behouden."

Eerste vondst mierenkrekel in Nederland

Op 4 mei kreeg Wout Winkelhorst de sleutel van zijn nieuwe woning in Cuijk. Toen hij een steen in de tuin omdraaide, zag hij tot zijn verrassing gele krekeltjes tussen de mieren lopen: mierenkrekels! Deze soort was nog niet ingevoerd op Waarneming.nl en het bleek een nieuwe soort voor Nederland. Het is opmerkelijk dat voor zo’n goed onderzochte groep nog regelmatig nieuwe soorten worden gevonden.

De vondst

In de tuin in Cuijk werden op 4 mei 2020 minimaal vijf mierenkrekels gezien in een nest van de gele weidemier. Dit roept de vraag op hoe dit krekeltje hier terechtgekomen is, hoe lang het hier al voorkomt en óf het in de omgeving op meer plaatsen te vinden is. Het krekeltje is vleugelloos, dus kan zich niet op eigen kracht verplaatsen. Introductie met grond of bouwmateriaal lijkt voor de hand te liggen. Mogelijk is dat ook de gebruikelijke verspreidingswijze in stedelijke gebieden in Noord-Duitsland. Echter, in de tuin in Cuijk is al zes jaar geen materiaal geïntroduceerd. Mogelijk is de soort elders in Cuijk geïntroduceerd en vervolgens in deze tuin terechtgekomen.


Tuin in Cuijk waar de mierenkrekel gevonden is (Bron: Rob Felix)

De mierenkrekel

De mierenkrekel (Myrmecophilus acervorum) is een klein, vleugelloos, bruingeel krekeltje, met twee heldergele dwarsbanden. De soort plant zich ongeslachtelijk voort en er zijn dus alleen vrouwtjes bekend. De dieren leven in nesten van verschillende soorten mieren. Ze eten waarschijnlijk afval dat in de nesten aanwezig is en mogelijk ook van het mierenbroed. De krekeltjes kunnen zich ongestoord door het mierennest in het nest verplaatsen, en worden door de mieren blijkbaar voor soortgenoten aangezien. De mierenkrekel komt in een groot deel van Europa voor: van Spanje en Italië in het zuiden tot Litouwen, Polen en Noord-Duitsland in het noorden. Enkele vindplaatsen in Duitsland liggen dichtbij de Nederlandse grens, dus sprinkhanenkenners waren al alert op het voorkomen in Nederland.


Verspreidingsgebied van de mierenkrekel; de Nederlandse vondst is met een ster aangegeven (Bron: IUCN Grasshopper Specialist Group en René Krekels)

Nieuwe sprinkhanen en krekels

De ontdekking van de mierenkrekel past in een lange reeks nieuwe soorten sprinkhanen en krekels voor ons land. In de afgelopen decennia kwamen er diverse soorten bij: zuidelijk spitskopje, zuidelijke boomsprinkhaan, boomkrekel, spoorkrekel en kiezelsprinkhaan. In 2019 werden er maar liefst twee soorten toegevoegd: rozevleugel en grote spitskop. Deze toename in het soortenaantal is opmerkelijk voor zo’n relatief goed onderzochte, soortenarme groep. Het is overduidelijk dat het klimaat hier een grote rol in speelt. Enerzijds door een verhoogde migratie bij hogere temperaturen en anderzijds door grotere vestigingskansen voor dieren die hier terechtkomen.

Oproep

Nu de mierenkrekel in Cuijk is aangetroffen, is het zaak om extra op deze soort te letten, zeker in het oosten van het land. Het is niet onmogelijk dat de krekeltjes al op andere plekken voorkomen. Aan waarnemers wordt verzocht om stenen, hout en plastic in het stedelijk gebied om te draaien. Dat is hoe dan ook een leuke bezigheid, omdat er allerlei leuke beestjes te vinden zijn. Als er mieren onder de steen zitten, dan is het zaak om goed te kijken of er krekeltjes tussen de mieren lopen. Probeer een foto te maken en zet deze op Waarneming.nl.

Roy Kleukers & Rob Felix, EIS Kenniscentrum Insecten

Hoe herken ik aanplant, inzaai en verwildering?


Door ObsIdentify krijgen we steeds meer foto's binnen van aanplant, inzaai en verwilderde planten. Dat betekent dat onze validatoren meer werk krijgen. Waarneming.nl registreert enkel in het wild voorkomende soorten. Planten die zijn gekocht of aangeplant vallen daar dus niet onder. Maar het verschil is soms moeilijk te zien. Dit bericht is bedoeld om beginnende floristen te helpen met het herkennen van aanplant, inzaai en verwildering. Menig waarnemer is geen florist en zijn hier niet van op de hoogte. Hierbij bieden we ondersteuning bij het goed documenteren van waarnemingen. Na het lezen van dit bericht kan de waarnemer zich zoveel mogelijk richten op wilde planten.


Melkviooltje - Viola stagnina

Waarom zien wij liever geen waarnemingen van aanplant?
Floristen melden geen aanplant, dat is de richtlijn. Ook voor Waarneming.nl is het niet praktisch om veel waarnemingen te krijgen van aanplant. Dit heeft een aantal redenen. 
  • Validatoren hebben vaak niet de kennis om deze planten op naam te brengen. Het zijn immers uitheemse soorten, kruisingen en gecultiveerde variëteiten (cultivars) die zij niet betrouwbaar op naam kunnen brengen.
  • Waarnemingen van aanplant zijn niet bruikbaar voor het berekenen van zeldzaamheid en trends.
  • Waarnemingen van aanplant genereren nieuwe stippen op verspreidingskaarten. Hieruit kan men de conclusie trekken dat soorten algemener zijn dan ze daadwerkelijk zijn (wild of verwilderd).
  • Validatoren besteden veel tijd om alle waarnemingen te beoordelen. Zij houden minder tijd over als men ook aanplant moet beoordelen. 
Waarom is het belangrijk om onderscheid te maken?
Het op naam brengen van planten is leuk, maar daar houdt het niet mee op. Sterker nog, daar begint het allemaal mee. Waarneming.nl is niet alleen een notitieboekje voor de waarnemers, maar tevens een hoogwaardig invoerportaal. Je brengt je waarneming op naam, voert deze in en de validator kijkt of de determinatie correct is of dat deze nog correctie nodig heeft. Als de soortnaam klopt, wordt de waarneming gevalideerd en gaat de waarneming naar de NDFF (Nationale Databank Flora en Fauna). Hier worden jouw waarnemingen voor onderzoek gebruikt:
  • Maken van verspreidingskaarten
  • Berekenen van zeldzaamheid en trends (gaat een soort achteruit of vooruit)
  • Vaststellen waar invasieve exoten voorkomen, zoals de Japanse duizendknoop en Reuzenberenklauw
  • Vaststellen of er beschermde soorten voorkomen op locaties waar werkzaamheden verricht gaan worden
  • Soortgericht natuurbeheer, natuurbehoud en natuurinrichting
  • Grootschalige soorteninventarisaties, jouw waarnemingen helpen om alles in een gebied terug te vinden
Deze zaken zijn belangrijk, maar jouw waarnemingen zijn alleen bruikbaar als deze correct gedocumenteerd zijn. Zo zijn Wilde kievitsbloem en Bolderik wettelijk beschermde soorten, maar tevens zeer populaire tuinplanten die geregeld aangeplant en ingezaaid worden. Als deze planten vruchten maken met rijpe zaden, kunnen deze planten zich spontaan gaan verspreiden. Vanaf dat moment spreek je van verwildering. Het is belangrijk dat dit goed geregistreerd wordt, want anders zou men de conclusie trekken dat Bolderik een algemene soort is, terwijl de soort uiterst zeldzaam is in het wild.


MosbloempjeCrassula tillaea

Welke mogelijkheden zijn er en waar kies ik voor?
Om aan te geven hoe jouw plant om de betreffende locatie terecht gekomen is, heb je onder activiteit diverse keuzes.
  • Ter plaatse: Dit is standaard ingesteld en geeft geen informatie.
  • Natuurlijk: Dit selecteer je als je zeker bent dat je te maken hebt met een wilde plant binnen het natuurlijke biotoop en het wilde verspreidingsgebied.
  • Aangeplant: Dit gebruik je voor planten die aangeplant zijn. Dit geldt voornamelijk voor houtige, overblijvende planten, maar ook voor bolplanten en andere sierplanten.
  • Ingezaaid: Dit gebruik je wanneer planten door middel van zaden ingezaaid zijn. Denk hier bij aan bloemenranden langs weilanden, maar ook bijvoorbeeld aan ingezaaide graangewassen.
  • Verwilderd: Als planten zich spontaan gaan uitbreiden buiten de locaties waar zij aangeplant of ingezaaid zijn, dan spreek je van verwildering. Dit gebeurt bij sommige tuinplanten gemakkelijker dan bij andere soorten. De richtlijn is dat we pas écht van verwildering spreken wanneer de planten buiten privé-tuinen weten op te duiken. Verwildering binnen de begrenzing van privé-tuinen beschouwen we hier nog steeds als aanplant of inzaai.
  • Aangevoerd: Dit is de lastigste om uit te leggen en wordt vaak verkeerd gebruikt. Aangevoerd houdt in dat planten onopzettelijk aangevoerd worden vanuit een andere locatie. Dit gebeurt meestal met zaden. Zo kunnen er op eens duinplanten opduiken langs een schelpenpad in de Veluwe en kan er een exotisch plantje opduiken in de plantenpot van een olijfboom die je vorig jaar bij een tuincentrum gekocht hebt.
Ben je overtuigd dat je met een niet-wilde groeiplek te maken hebt, maar weet je niet hoe de plant er gekomen is, dan kies je er voor om “ontsnapt” aan te vinken. Dit woord dekt de lading niet goed, maar het is de verzamelnaam voor planten die buiten hun wilde biotoop en buiten hun wilde verspreidingsgebied voorkomen.


De mogelijkheden qua invoer 'Activiteit'

Hoe geef ik dit aan bij mijn waarnemingen?
Mobiele applicaties: Veel nieuwe waarnemers werken in het veld met de mobiele app ObsIdentify. Deze werkt erg goed om de soort vast te stellen, maar met deze app kun je niet selecteren of er sprake is van aanplant, inzaai, verwildering of aanvoer. Dat kan wel met ObsMapp of iObs, daarin kun je noodzakelijke informatie kwijt. De herkenningssoftware zit ook in deze apps ingebouwd. Onder “gedrag” kan je selecteren hoe de plant hier terecht gekomen is.

Website: Je kunt er voor kiezen om je waarnemingen aan te passen nadat je ze hebt geüpload naar Waarneming.nl. Zodra je upload verwerkt is, kan je de waarnemingen op de website terugvinden. Als je een eigen waarnemingen opent, zie je rechtsboven de blauwe knop “Opties”. Klik hier op en kies voor “Bewerk”. Als je dit nog niet eerder gedaan hebt, zul je eerst het vakje “Details” moeten aanvinken. Dan verschijnen aanvullende mogelijkheden om je waarneming te documenteren, waaronder "Activiteit". Hier kun je aangegeven hoe de plant daar terecht gekomen is.

Hoe herken ik aanplant, inzaai en verwildering?
Als je eenmaal wat gewend bent aan het gebruik van Waarneming.nl en de vorige drie stappen begrijpt, dan komt de moeilijkste stap: het herkennen van aanplant, inzaai en verwildering. Dit is voor beginnende waarnemers uiterst lastig, zowel inheemse soorten (wild voorkomende planten) als uitheemse planten (niet-wilde planten) kunnen aangeplant worden en spontaan vestigen. Gelukkig staat een team van deskundige validatoren voor je klaar om samen tot de juiste keuze te komen. Gelukkig kennen we methoden om zelf uit te zoeken of je te maken hebt met niet-wilde planten.
 

Een tuin - typisch een plek waar weinig wilde soorten groeien.

Het biotoop
Wees extra kritisch op plekken waar veel aangeplant en ingezaaid wordt. Denk hierbij aan privé-tuinen, gemeentelijke groenstroken, stadsparken, moestuinen, akkers, kasteeltuinen en botanische tuinen. Heb je weinig ervaring in het herkennen van aanplant en inzaai, vermijd deze biotopen dan zo veel mogelijk. Richt je in het begin op “onkruiden” of natuurgebieden als bossen, heides, de duinen, uiterwaarden, meren en weilanden.

De soorten
Heb je te maken met een uitheemse soort, dan is de kans groot dat deze ooit aangeplant is, wees hier extra kritisch. Ook inheemse soorten worden geregeld aangeplant en ingezaaid. Denk hierbij aan ingezaaide Bolderik in jouw moestuin, aangeplante Zomereiken in jouw straat en zeer zeldzame soorten als Amandelwolfsmelk en Knikkend nagelkruid die geregeld aangeplant worden in privé-tuinen. Rechtsboven in het scherm bij je waarneming zie je of de soort inheems is of uitheems/exoot (dit wordt “Incidental import” genoemd). Heb je een inheemse soort gevonden, maar twijfel je of de soort wild voorkomt op de plek waar je die gevonden hebt, dan kun je diverse floraboeken raadplegen om te kijken of het biotoop overeenkomt. Zo komt Lelietje-van-dalen alleen voor in bossen (dus niet in open biotopen) en zo komt Amandelwolfsmelk alleen voor in bronbossen in Zuid-Limburg. Heb je geen floraboeken en je wilt serieus met planten aan de bak dan adviseren we om die aan te schaffen. Je kunt informatie over het natuurlijke biotoop ook op diverse websites vinden.

Dit bericht is gemaakt door Niels Eimers en Timo Roeke.

Nieuwe functie: Soorten nog niet gezien


Het blijft een geweldige ervaring om een nieuwe soort te zien. Iedereen doet dat op zijn eigen manier. Sommigen springen in de auto en rijden door het hele land, terwijl een ander die nieuwe soort hoogst persoonlijk in de tuin ontdekt. Hoe dan ook, het zijn momentje van geluk. Op de oude site hadden we de zogenoemde Twitcher functie. Twitchen is een term uit het vogelen en betekent het gericht opzoeken van een bijzondere vogel, door middel van informatie van een derde. In goed Nederlands: soorten jagen. In week 23 is deze functie ook beschikbaar op de nieuwe site. We hebben de functie een andere naam gegeven zodat deze van toepassing is op alle soortgroepen.

Klik rechtsboven op je naam en klik op "Soorten niet gezien'. Op de pagina zie je vervolgens welke (voor jou) nieuwe soorten zijn gezien in de laatste zeven dagen. Neem gerust een kijkje bij de andere soortgroepen zoals paddenstoelen of nachtvlinders. Op de kaart zie je door middel van stippen waar de voor jou nieuwe soorten zijn gezien. Klik op een stip voor een preview van de waarneming (inclusief foto).   


Laat je in het gebruik van deze functie niet beperken door je levenslijst op alle Nederlandse provincies. Je jaarlijst, eeuwige maandlijst, eeuwige weeklijst en deze maand zijn door middel van filters optioneel. Net als een selectie per provincie. Succes met puzzelen en zoeken!     
 

Riviersluiptelling - doe je mee?


Wie de rivierrombout wil zien, moet daar speciaal voor op pad gaan. Daardoor zijn er tot nu toe te weinig waarnemingen om een trend te kunnen berekenen en weten we niet goed hoe het met deze soort gaat. Om hier meer inzicht in te krijgen, zijn alle waarnemingen uit het veld bijzonder waardevol. Daarom wordt ieder jaar de Riviersluiptelling georganiseerd. In de vliegtijd van de soort worden zoveel mogelijk waarnemingen verzameld volgens een vaste methode. Deze werkwijze maakt het op den duur mogelijk om representatieve trends te berekenen en inzicht te krijgen in de ontwikkelingen van deze bijzondere libel.

Huidjes zoeken

Omdat de volwassen libellen moeilijk op te sporen zijn, kan de rivierrombout het beste gevonden worden door te zoeken naar huidjes. Het uitsluipen gebeurt overal langs de oevers van de grote rivieren in de periode juni-juli.


Larvehuidje rivierrombout - Foto: Marijn

Hoe doe je mee?

Omdat de kans op verwarring met andere soorten heel klein is, hoef je geen libellenkenner te zijn om mee te kunnen doen! Wel gelden voor de Riviersluiptelling enkele specifieke voorwaarden. Er moet precies een kwartier gezocht worden op een zandstrandje van 100 meter lengte. Heb je 100 meter gelopen en is het kwartier nog niet voorbij? Loop dan terug en zoek het strandje nog een keer af tot de tijd verstreken is. Alleen als we weten dat iedereen even lang heeft gezocht, kunnen alle tellingen met elkaar vergeleken worden.

De waarnemingen kunnen ingevoerd worden op de speciale projectpagina van Waarneming.nl. Voer elke kwartiertelling apart in en noteer per telling de datum, de locatie (het middelpunt van de 100 meter), het tijdstip, het aantal huidjes en het substraat waarop je gezocht hebt.

Ook (juist) nulwaarnemingen belangrijk!

Heb je een kwartier gezocht, maar niets gevonden? Voer ook die telling in! Juist zo’n nulwaarneming is erg waardevol voor het kunnen berekenen van trends. Laat je dus niet ontmoedigen, maar bedenk dat het voor het onderzoek niet uitmaakt welk aantal huidjes je hebt aangetroffen. Nul huidjes zijn evenveel waard als tien, als de kwartiertelling maar ingevoerd wordt.

Download de handleiding of kijk op de site van De Vlinderstichting voor meer informatie. 
Bron: Gerdien Bos van De Vlinderstichting. 

Waarnemer van de maand: Wil Leurs


In Ankeveen waar ik geboren ben, woonde we midden in de natuur. Hier heeft de liefde voor de natuur zich bij mij ontwikkeld. Vanuit mijn slaapkamerraam keek ik uit over elzenbroekbossen, een oude hoogstamboomgaard en rietvelden. Vanuit die rietvelden hoorde ik in de zomermaanden vaak de woudaapjes roepen. De boomgaard was het domein van de gekraagde roodstaart en vanuit het elzenbroekbos klonk overdag de zang van de wielewaal en in de nacht werd ik dan getrakteerd op het roepen van de bosuil. Het was een heerlijk paradijs op steenworpafstand van Amsterdam. Met de nadruk op ‘was’ want het woudaapje en de wielewaal zijn in het vechtplassengebied langzaam verdwenen.


Gewone pantserjuffer - Lestes sponsa. Foto: Wil Leurs.

Naast fanatiek vogels kijken ben ik begin jaren tachtig mij ook gaan interesseren voor libellen en waterjuffers. In die tijd waren er nog maar bar weinig boeken die je verder konden helpen met het determineren van deze specifieke groep insecten. Naast de NJN-tabel voor libellen had je nog het boek De libellen van Nederland door D.C. Geijskes & J. van Tol, maar dat was het dan ook wel. In die tijd moesten we het vooral doen met zeer lage aantallen van deze groep insecten, veel soorten juffers en libellen waren in die periode erg zeldzaam. Toen mij in de zomer van 1984 ter ore kwam dat er in een vijver in Amstelveen een kleine roodoogjuffer was waargenomen ben ik direct op mijn fiets gesprongen om opzoek te gaan naar deze juffer. Ik was super blij met mijn eerste kleine roodoogjuffer. Tegenwoordig is het misschien wel de meest algemene juffer soort voor Nederland. De achteruitgang van libellen en juffers vanaf de jaren vijftig, werd voornamelijk veroorzaakt door een slechte waterkwaliteit. Met de komst van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren (WVO) in 1969 werden bedrijven verplicht gesteld om een vergunning aan te vragen voor het mogen lozen van vervuild water op het oppervlaktewater. Deze wet is een van de kantelpunten geweest waardoor de kwaliteit van het oppervlaktewater langzaam weer wat verbeterde. Vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw zijn de waterschappen ook begonnen met de aanleg van de riolering, waardoor vrijwel iedereen tegenwoordig is aangesloten op het riool. Dit heeft ertoe bijgedragen dat we nu in bijna al ons oppervlaktewater weer libellen kunnen aantreffen. Het heeft er ook voor gezorgd dat ik ben gaan werken bij een waterschap om zo mee te kunnen helpen bij het verbeteren en het instant houden van de waterkwaliteit middels de wet kaderrichtlijn water (KRW). Het gaf mij o.a. de mogelijkheid om me te specialiseren in het fytoplankton.

Fytoplankton is een van de vier biologische parameters die verplicht zijn als analyse vanuit de KRW. Binnen het fytoplankton heb je een bijzonder mooie groep algen, de desmidiaceae (sierlagen), die over het algemeen hoge eisen stellen aan het onderwatermilieu. Sieralgen heten niet voor niets zo omdat ze fantastische vormen hebben en perfect symmetrisch zijn. Zonder dat je het waarschijnlijk weet heb je wel eens een van die sieralgen gezien. Bijvoorbeeld het logo van de NJN dat bestaat uit de contouren van een sieralg die in het Nederlands ridderkruisalg (Micrasterias truncata) wordt genoemd, waar de letters NJN in staan.
 

Euastrum elegans - foto Wil Leurs. De alg op de foto is maar liefst 9000 x vergroot.
 
Maar naast de algen probeer ik zo breed mogelijk de natuur te beleven en dat hoeft wat mij betreft niet aan de andere kant van de wereld te zijn maar ook gewoon in onze achtertuin. Samen met mijn vrouw Karen Hartog wonen we sinds 2011 aan de rand van de Delleboersterheide in zuidoost Friesland waar we proberen meer biodiversiteit te ontwikkelen in onze tuin. Daarnaast houden we al een tijdje een tuinlijst bij. We hebben in Waarneming.nl onze tuin als eigen gebiedje aangemaakt, een ideale tool om precies bij te houden wat je zoal ziet in je eigen tuin. Ieder jaar groeit onze tuinlijst en daardoor zitten we nu al over de 1100 soorten. Het is leuk om te doen en is nota bene ook nog eens zeer leerzaam, want het dwingt je om achter de naam te komen van elk levend wezen dat je tuin aandoet. In het nieuwe Waarneming.nl word je de mogelijkheid geboden om via fotoherkenning soorten op naam te brengen. Een geweldig handige tool, die mensen op weg kan helpen bij het determineren van moeilijke soorten. Nu ben ik nog van de oude stempel en wil ik graag via determinatie naslagwerken zelf soorten in onze tuin op naam brengen. Een groot deel van onze tuinlijst bestaat uit nachtvlinders, die geteld worden door mijn vrouw. Zij is aangesloten bij het landelijk meetnet nachtvlinders en zet twee keer per maand een nachtvlinderval om zo de nachtvlinderstand bij te houden en door te geven aan het meetnet. Zo’n lange reeks aan data laat mooi trends zien, zoals de opkomst van de eikenprocessierups, maar ook het verdwijnen van cruciale soorten voor het coulisselandschap waarin wij tegenwoordig wonen.
 
Door mijn liefde voor de natuur ben ik ook gaan fotograferen. Dat doe ik nu alweer heel wat jaren, sinds de jaren tachtig, eerst voornamelijk vogels maar al snel ontdekte ik de macrolens. Deze lens kwam natuurlijk mooi van pas bij het fotograferen van libellen. Later zijn daar de vlinders bij gekomen en tegenwoordig fotografeer ik ook veel planten. Dat fotograferen van planten heeft ertoe bijgedragen dat er sinds februari 2020 de Basisgids Stinzenplanten is gekomen, uitgegeven door de KNNV. Vrijwel alle foto’s in deze gids zijn door mij gemaakt iets waar ik best wel trots op ben.
 
Als vrijwilliger ben ik voor Waarneming.nl de admin voor de groep algen, wieren en eencelligen. Dus als ik in mijn drukke bestaan tijd over heb probeer ik de algen op Waarneming.nl te valideren, wat weer van pas komt in mijn werk omdat ik zo ook gedwongen wordt om soorten op te zoeken die door jullie worden ingevoerd en waar ik soms niet direct van weet welke soort het betreft.
 
De natuur fascineert mij mateloos, ik hoop dat dat nog lang zo mag zijn.


Gewone snuitvlieg - Rhingia campestris - Foto: Wil Leurs

Updates Waarneming.nl 

We zijn elke dag bezig om Waarneming.nl te verbeteren. In deze rubriek delen we de belangrijkste updates van de afgelopen weken. Voor een uitgebreid overzicht kan je terecht op ons forum.  

Updates:

  • Onthoud keuze voor soortgroepfilters over de hele site.
  • Soorten niet gezien (zie bericht hierboven)

Gedragscode

Deze maand hebben wij de gedragscode opnieuw opgesteld. De oude gedragscode sloot niet meer aan bij de huidige tijd en de ontwikkelingen die het platform heeft gemaakt. Deze vind je op de site en zijn als volgt:   

Waarneming.nl heeft veel waarnemers. We doen een beroep op iedere waarnemer om zich naar deze gedragsregels te gedragen, voornamelijk ten behoeve van het welzijn van de flora en fauna maar ook om het plezier van andere natuurliefhebbers te waarborgen. Respecteer de natuurlijke wereld.

  • Houd voldoende afstand tot dieren om hun natuurlijke gedrag niet te veranderen en verstoring te voorkomen. Elk dier laat zich beter observeren als deze zich op zijn gemak voelt. Ons motto is "Doe liever een stap terug dan een stap naar voren". Wees geduldig en terughoudend wanneer een dier zich tijdelijk niet vertoont of verder weg zit. Houd deze gedragscode in stand wanneer u foto's, video's of geluidsopnamen maakt.
  • Verrekijkers en telescopen zijn uitstekende instrumenten om dieren op gepaste afstand te observeren. Bovendien krijgen andere mensen die later arriveren een kans het dier te zien.
  • Verzamel of vang geen flora, fungi (paddenstoelen) en fauna die een beschermde status hebben en ontzie de rest als dat niet noodzakelijk is voor determinatie of wetenschappelijk onderzoek.
  • Betreed geen publiek gesloten terreinen zoals reservaten, landgoederen, tuinen, weilanden en dergelijke.
  • Overweeg om mensen in het veld aan te spreken als het welbevinden van flora, fungi of fauna in het geding is. Doe dit op een vriendelijke manier en blijf beleefd. Stel bij grensoverschrijdend gedrag desnoods de verantwoordelijke autoriteit op de hoogte.
  • Wandel zoveel mogelijk op aangewezen paden om mogelijke beschadiging en verstoring te voorkomen
  • Maak geen rommel en houd het buitenleven schoon. Probeer indien mogelijk zwerfafval op te ruimen.
  • Houd je aan de regels die zijn aangegeven door de terreinbeheerder.
  • Wees een ambassadeur voor andere waarnemers.
  • Op Waarneming.nl is het niet toegestaan om beeldmateriaal van nesten en/of broedende vogels te uploaden. Dit om verstoring en precedentwerking te voorkomen.

Op reis met Waarneming.nl 

Op reis met Waarneming.nl biedt een gevarieerd aanbod van dagexcursies. Helaas zijn alle groepsexcursies in verband met corona en zo lang de huidige richtlijnen en regels van kracht zijn afgelast of uitgesteld. Zo gauw we weer op pad kunnen, zullen we extra data gaan inplannen om excursies in te halen dan wel u de mogelijkheid te geven om na weken van thuis zitten weer een dag met ons op pad te gaan. De behoefte daaraan zal vast groot zijn; bij onze gidsen in elk geval wel! Uiteraard zijn de excursies en zeevogeltochten van dit najaar nog wel gewoon te reserveren. Blijf gezond en graag tot snel!
 

Roodhalsgans - Foto: Martijn Bot
Facebook
Twitter
Forum
Email
FAQ
Wil je meer weten over Waarneming.nl en hoe het invoeren van een waarneming werkt? Lees dan onze snelstart gids. 

Alle vorige nieuwsbrieven vind je via deze link: Oude nieuwsbrieven lezen
Copyright ©

Uitschrijven van deze nieuwsbrief
Aanpassen van uw gegevens