Copy
Nieuwsbrief 66


Vale Gier - Wiljan Hoornsman

Grote vleugels en roze kleuren

De maand juli staat voor de deur. Een uitstekende maand om in je tuin de kolibrievlinder te zien. Een algemene nachtvlinder in Nederland die qua gedrag erg op een kolibrie lijkt. De volwassen vlinders zuigen nectar uit bloemen van plantensoorten uit verschillende plantenfamilies. Deze nachtvlinder is ook overdag actief. Het loont om deze dagen in de tuin te zitten.

In juni had vogelend Nederland opnieuw de kans om te genieten van de vale gier. Deze soort is nog steeds zeer zeldzaam in Nederland maar begeeft zich inmiddels elk jaar in of boven Nederland. In de hele maand werden individuele vogels in verschillende provincies waargenomen. De grootste groep van 14 exemplaren werd o.a. in de provincies Utrecht en Overijssel gezien. Op 26 juni werd tot nu toe de laatste waarneming van het jaar gedaan maar voor een vogel met een spanwijdte van maximaal 265cm stelt een vlucht naar Nederland weinig voor. De beste maanden voor deze soort in Nederland zijn mei, juni en juli. Ook in juli blijven we deze soort in de gaten houden. Een andere soort die veel aandacht kreeg was de roze spreeuw. Vooral de twee vogels in Hall Gelderland kregen regelmatig bezoek. Dit was te verwachten, want het betrof twee volwassen exemplaren in zomerkleed. De kleur roze spat van deze soort af en dat is iets wat je in Nederland zelden ziet.

Inmiddels zijn er voor het jaar 2020 al bijna meer dan 6.000.000 waarnemingen in Nederland ingevoerd en gaan we volgende maand de 16,5 miljoen foto's voorbij (totaal alle jaren) Dit betekent dat onze servers in Naturalis overuren maken. Het bewijs dat onze intensieve samenwerking met Naturalis een goede stap is. Hierover lees je meer in deze nieuwsbrief.

Foto's in mei


Hieronder een selectie van foto's die jullie het hoogst hebben gewaardeerd in de afgelopen maand. Daar zitten zoals altijd echte parels tussen. Onder de foto's vind je de soortnaam en de fotograaf. De soortnaam is aanklikbaar voor een ieder die meer informatie zoekt.  
 
Wij plaatsen enkel foto's van waarnemers die daar toestemming voor geven (zie Nieuwsbrief 43). Op Waarneming.nl staan foto's met een hogere waardering of meer views. Deze gebruikers hebben hun fotomateriaal echter afgeschermd voor gebruik door derden.

Klokjesgroefbij in Zuid-Limburg; derde in Nederland in ruim 140 jaar

22-jun-2020 – Slechts twee keer eerder liet de klokjesgroefbij zich in Nederland zien: in 1879 en in 1942. Een vondst van deze soort in 2019 in Zuid-Limburg is dus erg bijzonder. In alle drie de gevallen ging het om eenzame vrouwtjes. Zijn dit zwervende dieren uit buitenlandse populaties of is de soort hier inheems? Hoog tijd om nog beter te letten op bijen op bloemen van klokjes!

Op 7 augustus 2019 vond Lisette Kolfschoten een groefbijtje in een bloemrijke weide met veel grasklokjes in Zuid-Limburg, tijdens een zomerkamp van de JNM – Jongeren in de Natuur. In eerste instantie was niet duidelijk om welke soort het ging, maar nader onderzoek wees uit dat het ging om een vrouwtje van de klokjesgroefbij (Lasioglossum costulatum). De vondst werd als zodanig ingevoerd op Waarneming.nl. Een zeer bijzondere vondst, want na vondsten van eveneens eenzame vrouwtjes in 1879 en 1942 is dit pas het derde uit Nederland bekende exemplaar.


vrouwtje klokjesgroefbij - Foto: Tim Faasen

Portret

Voor een groefbij is de klokjesgroefbij aan de grote kant, met een lichaamslengte van acht tot tien millimeter. Het is een glanzend zwart dier met korte, lichtgrijze beharing en witte, viltachtige vlekken op het achterlijf. Het vrouwtje lijkt wel wat op de zesvlekkige groefbij (Lasioglossum sexnotatum), maar die heeft een minder glimmend borststuk en verschilt in diverse microscopische kenmerken.

De klokjesgroefbij verzamelt stuifmeel vrijwel uitsluitend op klokjes Campanula, evenals op het nauw verwante zandblauwtje (Jasione montana). Net als andere groefbijen nestelt de soort in zelfgegraven holen in de bodem. Details hierover zijn niet bekend.

In Europa komt de klokjesgroefbij in veel Midden- en Zuid-Europese landen voor, maar overal lokaal en in kleine aantallen. In België is de soort recent enkele malen in het zuiden gevonden. In Duitsland komt hij in de aan Nederland grenzende deelstaat Noordrijn-Westfalen voor, maar in het eveneens naburige Nedersaksen zijn alleen oude vondsten bekend.

De eerste Nederlandse vondst betrof een vrouwtje in het Gelderse Oosterbeek op 29 juni 1879. Het tweede vrouwtje werd gevonden in het Limburgse Baarlo op 14 juni 1942. In de Rode Lijst is de soort niet beschouwd, omdat niet duidelijk is of de soort zich hier gedurende een periode van minstens tien jaar heeft voortgeplant.


De JNM-excursie op de vindplaats van de klokjesgroefbij (Source: Rien de Vries)

Toename andere soorten klokjesbijen

Klokjes zijn populair bij bijen. Vele soorten verzamelen hiervan stuifmeel of doen zich tegoed aan de nectar. Sommige bijen zijn zelfs gespecialiseerd in het verzamelen van stuifmeel op deze bloemen. Verschillende van deze klokjesspecialisten zijn de afgelopen jaren toegenomen in Nederland. De grote klokjesbij (Chelostoma rapunculi), de kleine klokjesbij (Chelostoma campanularum) en de klokjesdikpoot (Melitta haemorrhoidalis) hebben zich duidelijk uitgebreid. Deze soorten profiteren van de populariteit van klokjes als tuinplanten. In veel tuinen zijn deze soorten nu te bewonderen, ook in het westen des lands, waar ze vroeger niet voorkwamen. De donkere klokjeszandbij (Andrena pandellei) breidt zich ook uit in Limburg, maar lijkt wilde klokjessoorten te prefereren.

Of ook de klokjesgroefbij zal overstappen naar ‘tuinklokjes’, zal de toekomst moeten leren. Voorlopig blijft het de vraag of de soort vaker gevonden gaat worden. Is er inmiddels sprake van een Zuid-Limburgse populatie of moeten we weer 77 jaar wachten? Meer informatie over de vondst van de klokjesgroefbij is te lezen in het binnenkort te verschijnen nummer van het tijdschrift Nederlandse Faunistische Mededelingen.

Tekst: Lisette Kolfschoten, Flor Rhebergen en Menno Reemer, EIS Kenniscentrum Insecten

De middenberm bloeit met gifbeker van Socrates

16-jun-2020Wie langs des lands heeren wegen rijdt, heeft het mogelijk al gezien: de middenberm van de snelweg staat, met name in zuidelijk Nederland, vol met Gevlekte scheerling. Deze fraaie, maar extreem giftige plant verspreidt zich opvallend snel via ons snelwegennetwerk.

Wie nu over de snelwegen ten zuiden van de rivieren rijdt, zal zien dat de middenbermen plaatselijk vol staan met Gevlekte scheerling. Deze tot 2,5 meter hoge schermbloemige met witte bloemen is moeilijk te missen! Op dit moment staat de soort massaal in bloei. Heel kenmerkend is de kale, vaak roodbruin gevlekte stengel. Gevlekte scheerling is een tweejarige plant. In het eerste jaar worden er wortelbladen gevormd. In het tweede jaar groeit de plant in mei snel de hoogte in. Met een minimum aan biomassa (holle stengel, dubbel geveerd blad) neemt de plant al snel veel ruimte in beslag.

Gevlekte scheerling staat in Nederland te boek als een vrij zeldzame plant, maar daar komt snel verandering in. Zoals te zien op verspreidingskaarten, rukt de soort in rap tempo naar het noorden op. Opvallend detail: de opmars van Gevlekte scheerling gaat via de snelweg.

Oorspronkelijk was Gevlekte scheerling in Nederland een vrij zeldzame plant van ruigten en bosranden op stikstofrijke standplaatsen in het rivierengebied en in de kalkrijke duinen. In het boerenland kwam zij wel voor in de nabijheid van mestvaalten. Waarom de plant zich zo thuis voelt in de middenberm is nog onduidelijk. Het extensieve maaibeheer van middenbermen (één keer per jaar) draagt zeker bij. De planten krijgen hierdoor volop de tijd om te bloeien en zaad te zetten. Eén plant kan meer dan 30.000 zaden produceren.

Verspreiding van de Gevlekte scheerling in Nederland. De kaart laat duidelijk zien hoe de plant bij snelwegen in de buurt groeit
Afbeelding: Verspreiding van de Gevlekte scheerling in Nederland. De kaart laat duidelijk zien hoe de plant bij snelwegen in de buurt groeit (Bron: NDFF)

Gevlekte scheerling staat niet echt bekend als (strooi)zouttolerant, maar is wel goed bestand tegen hoge concentraties van zware metalen als arsenicum, lood en cadmium. Het is bekend dat deze metalen in bermen in verhoogde concentraties aanwezig kunnen zijn. Dat middenbermen zich nu als favoriete standplaats van Gevlekte scheerling ontpopt hebben, kan mogelijk verklaard worden uit deze tolerantie voor zware metalen en de voorkeur voor stikstofrijke bodems. Vermoedelijk nemen maaimachines het grootste deel van de verspreiding voor hun rekening. Wanneer zij de (midden)berm maaien, blijven zaden aan de machine plakken en vallen verderop weer op de grond. Aangezien de maaimachines vele kilometers op een dag maken, gaat het hard!

Gifbeker van Socrates

Gevlekte scheerling staat te boek als één van de giftigste planten ter wereld. De plant bevat verschillende zogenaamde piperidine alkaloïden, waarvan coniine het giftigst is. Deze stoffen beïnvloeden, net als nicotine, de neuroreceptoren in de zenuwcellen. Waar nicotine stimulerend werkt op de impulsoverdracht, coniine legt deze na verloop van tijd volledig plat en veroorzaakt spierverlammingen. Bij ernstige vergiftiging leidt dit tot dood door verstikking. De oude Grieken maakten dankbaar gebruik van deze plant bij het executeren van ter dood veroordeelden. In 399 voor Christus werd de bekende filosoof Socrates ter dood veroordeeld met een gifbeker met een extract van de zaden van Gevlekte scheerling. De voortijdige dood van Alexander de Grote wordt door sommigen eveneens aan vergiftiging met Gevlekte scheerling toegeschreven.

Ongeschikt voor menselijke consumptie, maar een groots eetfestijn voor veel insecten!
Ongeschikt voor menselijke consumptie, maar een groots eetfestijn voor veel insecten! (Bron: Ruud Beringen)

Niet alleen maar dood en verderf

Vanuit de auto valt het niet op, maar de bloeiwijzen van Gevlekte scheerling, worden druk bezocht door een bonte schare, veelal kleine, insecten. Stuifmeel en honing zijn heel goed bereikbaar en blijkbaar vrij van gifstoffen. Het zijn vooral kleine diptera (vliegen) en coleoptera (kevers) die de miniscule bloemetjes bezoeken, maar ook grotere bijen en hommels behoren tot de geregelde bezoekers. Er zijn maar weinig vlinders waarvan de rupsen op Gevlekte scheerling leven. Eén van de weinigen is de Blauwvlekkaartmot. Zo ongeschikt Gevlekte scheerling is voor menselijke consumptie, zo’n feestmaaltijd is het voor vele soorten insecten!

Tekst: Leonie Tijsma & Ruud Beringen, FLORON
Foto’s: Peter Meininger; Adrie van Heerden; Ruud Beringen

Knakaal gezien? Geef het door!


Jaarlijks worden tientallen tot honderden dode palingen aangetroffen op de strandjes en kribvakken langs onze rivieren. Ze hebben wonden die eruit zien alsof de vissen ‘geknakt’ zijn en worden daarom ook wel ‘knakalen’ genoemd. Op zich een grappige naam, voor een niet zo grappig fenomeen. Om de sterfte van deze ernstig  bedreigde soort (en andere vissoorten) in de toekomst te voorkomen, zijn Sportvisserij Nederland en RAVON een onderzoek gestart. Met dit onderzoek worden de oorzaken en de omvang van deze sterfte in kaart gebracht. Hiervoor hebben wij jullie hulp nodig.


Knakaal - Foto: Geert Stoltenberg

Wij verzoeken jullie om alle aangespoelde paling, en andere vissoorten die je tegenkomt in het veld, in te voeren op waarneming.nl. Naast paling worden namelijk ook andere vissoorten met verwondingen aangetroffen, zoals o.a. zeeprik, Europese meerval en rivierprik. Voor de determinatie van onbekende vissoorten kan je gebruik maken van de gratis ‘Vissengids App’ van Sportvisserij Nederland.

Hoe voer je je waarneming in?
Selecteer bij het invoeren van de waarneming als gedrag ‘aangespoeld’. Vul je waarneming verder aan met onderstaande informatie en foto’s wanneer dit mogelijk is:
  • Een korte beschrijving van de staat van de vis (gaaf/snijwonden/geknakt etc.);
  • De (geschatte) lengte;
  • Overzichtsfoto’s van de vis (boven/onder/flanken), met een voorwerp ernaast als schaal;
  • Detailfoto’s van eventuele verwondingen.

Als je van lange (of korte) strandwandelingen houdt en regelmatig langs de rivieren te vinden bent, kan je ons ook helpen door als vrijwilliger vaste trajecten te onderzoeken. Je wandelt deze trajecten  eens per maand (of vaker) af en noteert alle aangetroffen vissen (en nulmetingen). Daarnaast ontvang je van ons een veldkit met materiaal en handleiding om aanvullende gegevens (o.a. gewicht) van de vis te verzamelen.
 
Meer informatie over het project is te vinden op www.ravon.nl/knakaal. Hier kan je je ook aanmelden als vrijwilliger.
 

Op weg naar record van 10 miljoen waarnemingen op Waarneming.nl


Citizen science-natuurplatform Waarneming.nl verwacht dit jaar de magische grens van tien miljoen waarnemingen binnen één jaar te doorbreken. De groei is ongekend; er worden 35 procent meer waarnemingen dan vorig jaar ingevoerd. Een belangrijke factor in dit succes is automatische beeldherkenning die Naturalis Biodiversity Center samen met COSMONiO Imaging BV en Waarneming.nl heeft ontwikkeld.

De samenwerking tussen Naturalis Biodiversity Center en Waarneming.nl, die al in 2016 startte, nam eind 2019 een vlucht toen beide partijen samen automatische beeldherkenning introduceerden. De app ObsIdentify kan op basis van een foto een soort identificeren, en die als waarneming delen. Hoe meer waarnemingen er worden gedaan, hoe beter de beeldherkenning wordt.  

Real-time vinger aan de pols van de biodiversiteit

Waarneming.nl is één van de manieren om real-time de vinger aan de pols te leggen van de Nederlandse biodiversiteit. Andere manieren zijn bijvoorbeeld de automatische insectencamera’s die in een aantal provincies geplaatst zijn. Deze gegevens over soorten en hun verspreiding zijn essentieel voor onderzoek aan biodiversiteit in Nederland. Hiermee signaleren wetenschappers sneller en betrouwbaarder trends in de natuur.
 

Meer inzicht in biodiversiteit biedt handvat voor verbeteringen

De database en software van Waarneming.nl is een onderdeel van de data-infrastructuur die Naturalis Biodiversity Center beheert en onderhoudt. Naturalis zet daarmee verder in op het verbinden van betrouwbare biodiversiteitsdata aan onderzoek, collectie en de educatieve activiteiten. “De data van Waarneming.nl leveren een grote bijdrage aan het inzicht in de ontwikkeling van de biodiversiteit in Nederland. Het is in Nederland het grootste citizen science-platform waarmee vrijwilligers bijdragen aan onderzoek naar de natuur. Waarneming.nl en Naturalis bouwen samen aan de aansluiting met andere onderzoeksinfrastructuren en innovaties als soortherkenning, en we zien dat dit zorgt voor een groei van de kwaliteit en de dichtheid van de waarnemingendata. Bovendien maakt het mensen enthousiast om bij te dragen en om meer te weten te komen over de natuur.”, aldus Jeroen Snijders, sectordirecteur ICT bij Naturalis Biodiversity Center.

Waarneming.nl gaat voor record van 10 miljoen waarnemingen in 2020

Het citizen science platform blijft elk jaar groeien. Per 1 juni 2020 zijn er ruim 4,4 miljoen waarnemingen vastgelegd, vaak met bijbehorende foto’s. Dit is een groei van 35 procent ten opzicht van vorig jaar en 1,2 miljoen‬ waarnemingen meer in dan dezelfde periode in 2018. In totaal staan er al ruim 71 miljoen waarnemingen in de database. Met deze mijlpaal heeft Waarneming.nl zich de ambitie gesteld om dit jaar een record te vestigen van meer dan 10 miljoen geregistreerde waarnemingen. 

Iedereen is waarnemer

Met de app ObsIdentify kan iedereen eenvoudig soorten op foto's identificeren en invoeren op Waarneming.nl. Gevorderde waarnemers en professionals gebruiken tellingen van ObsMapp (voor Android) of iObs (voor iOS) voor alle soortgroepen. Deze nieuwe manier van inventariseren is zeer laagdrempelig, en heeft ook direct een meerwaarde voor wetenschappelijk onderzoek.

Tekst: Thirza Stam, Naturalis Biodiversity Center en Timo Roeke, Waarneming.nl
Foto: GettyImages

Recensie: Sprinkhanen en Krekels van Europa


KNNV Uitgeverij heeft afgelopen maand een nieuwe veldgids gepubliceerd. Geheel in de nieuwe stijl met een witte kaft. Sprinkhanen behoren tot de meest voorkomende, meest opvallende en diverse insecten. In de Veldgids Sprinkhanen en Krekels van Europa staan bijna 300 soorten beschreven met maximaal 4 foto's per soort. De gids pakt alle soorten van West-, Midden- en Noord-Europa en de belangrijkste soorten van het Middellandse Zeegebied en de Balkan. Het is een vertaling van het origineel van Heiko Bellmann. Jammer dat hij de uitgave van dit boek niet heeft kunnen meemaken. Hij is helaas in 2014 overleden.

De soortbeschrijving en foto's worden regelmatig aangevuld door zwart/wit of kleur detailtekeningen van onderscheidende kenmerken zoals bijvoorbeeld legboor, voorvleugel, achterlijfsuiteinde en spriet. De veldgids telt bijna 700 foto's, 160 detailtekeningen en 284 verspreidingskaarten.

Van KNNV Uitgeverij verwachten we kwaliteit en men stelt niet teleur. Deze veldgids begint met algemene informatie over sprinkhanen en krekels. Denk hierbij aan lichaamsbouw, zang, paring, eileg, vervelling, voedsel, voorkomen en habitat, observatie, fotografie en nog veel meer. Op pagina 78 staat pas de eerste soort, de veldkrekel. De soortbeschrijving heeft een duidelijke structuur. De opbouw is als volgt: 
  1. Nederlandse soortnaam - wetenschappelijke soortnaam
  2. Engelse, Duitse en Franse soortnaam
  3. Afmeting man, vrouw en nimf in millimeters
  4. Kenmerken
  5. Voorkomen
  6. Zang
  7. Verspreidingskaart
  8. Foto's
Sprinkhanen en krekels zijn in het veld dikwijls lastig te vinden. Gelukkig zijn de meeste soorten vocaal en kan je met een beetje oefening menig sprinkhaan en krekel op basis van hun zang determineren. Om die reden is het onderdeel 'zang' in de soortbeschrijving belangrijk. Vaak wordt aangegeven in welk dagdeel de soort zingt, hoe de zang klinkt en wat de opbouw van de zang is.

Het boek is voor de aankomende jaren het standaardwerk voor deze soortgroep. Je kan het boek voor 39.95 bestellen bij KNNV Uitgeverij en bij Veldshop.nl. Betrouwbare webshops die snel leveren.

Waarnemer van de maand: Casper Zuyderduyn


Mijn naam is Casper Zuyderduyn, 44 jaar oud en ik woon in Noordwijk samen met Karin. Ik weet nog goed dat mijn interesse voor vogels werd gewekt toen ik een jaar of tien was en ik bij het zien van een putter mij er voor het eerst bewust van werd dat er meer vogels rondvlogen dan “mussen en meeuwen”. Mijn oma schonk mij een zakgids vogels van de “Reader’s digest” die ik in die tijd altijd in mijn jaszak meedroeg. Vogels kijken was op die leeftijd voor mij nog een solistische bezigheid. Daar kwam  verandering in op de middelbare school in Katwijk, eind jaren tachtig, waar mijn enthousiasme voor vogels echt goed werd aangewakkerd door de instuif op de vrijdagmiddagen waar ik mijn keuze had laten vallen op de “natuurclub”. Hans van der Berg, leraar Engels, was de excursieleider die een aantal scholieren meenam naar natuurgebieden in de buurt, meestal Berkheide of het Valkenburgse meer. Hans was een fanatiek twitcher en steeds vaker nam hij ons mee naar andere plekken in Nederland. De eerste zeldzaamheden die ik toen zag waren de Rotskruiper in Amsterdam en een Steppekievit in IJsselstein. In die jaren waren Kleine zilverreiger en Poelruiter nog zeldzaamheden en ik weet nog goed dat we met Hans op een doordeweekse middag spijbelde om hier helemaal voor naar Groningen te rijden. In Katwijk was en is een groot aantal fanatieke vogeltwitchers actief en zodoende heb ik in die jaren veel vogelsoorten gezien. Later verbreedde mijn interesse zich naar andere soortgroepen, zoals libellen, dagvlinders en zweefvliegen. Tijdens mijn opleiding Bos- en Natuurbeheer in Velp raakte ik ook geïnteresseerd in planten. Naarmate mijn interesse in soortgroepen zich uitbreidde breder werd bij mij de neiging om door het hele land zeldzame vogels te twitchen minder sterk, hoewel ik in het najaar nog altijd fanatiek bosjes uitklop in de omgeving van mijn woonplaats.

Hoogtepunt van die gewoonte was de eerste kroonboszanger voor Nederland die ik zo ongeveer bij mijn voordeur vond. Na mijn studie kwam ik via een aantal zijwegen in 2007 uiteindelijk te werken bij  een waterschapslaboratorium die de monitoring verzorgt voor twee waterschappen in Noord-Holland en Utrecht. In de eerste twee jaar lag de nadruk op waterplanten en kranswieren. Later ben ik mij gaan specialiseren in de aquatisch macrofauna en heb me zo veel nieuwe soortgroepen eigen gemaakt, zoals dansmuggen, watermijten, waterkevers en -wantsen. Ik kwam daar in aanraking met David Tempelman, die het idee had opgevat om het werk van Bert Higler, aquatisch ecoloog, gespecialiseerd in schietmotten en auteur van een determinatietabel van de larven van de Nederlandse schietmotten (kokerjuffer is de minder gangbare naam en die verwijst naar het juveniele stadium van schietmotten), voort te zetten. Het gaat om een Nederlands determinatiewerk voor de imago’s van deze soortgroep. David vroeg mij hier samen met nog een aantal auteurs aan mee te werken en het werkgebied heeft zich inmiddels verbreed tot de Benelux. Mijn bijdrage lag vooral in het maken van microscopische foto’s van genitaliën. Vooral bij de mannetjes zijn dit zeer complexe structuren, waar veel bruikbare kenmerken aanwezig zijn. Daarnaast waren van veel soorten nog geen veldopnamen en ik heb veel dieren gefotografeerd en vervolgens deze zelfde exemplaren verzameld om vast te stellen welke soorten dit betrof. Inmiddels zijn er dankzij waarneming.nl veel habitusfoto’s beschikbaar en automatische beeldherkenning blijkt voor een aantal soorten met name uit het genus Limnephilus goed te werken. Het ligt in de bedoeling dat dit determinatiewerk gaat verschijnen in de reeks Entomologische  tabellen van EIS-Nederland.

In die tijd maakte ik ook kennis met waarneming.nl en werd ik admin voor schietmotten. In de buurt van mijn woonplaats zijn er een aantal gebieden waar ik de biodiversiteit  nauwgezet volg, met name de Boswachterij Noordwijk, waar ik vlakbij woon. Hoewel in dit duingebied zeer intensief gerecreëerd wordt, is dit het enige duingebied binnen Zuid-Holland, waar zowel aardbeivlinder, bruine eikenpage en duinparelmoervlinder nog populaties hebben. Vorig vond ik hier in een recent gegraven duinplas tientallen larvenhuidjes van de zadellibel.


Tinodes waeneri - Foto: Casper Zuyderduyn

In 2016 heb ik de overstap gemaakt naar Staatsbosbeheer en ik werk daar tot de dag van vandaag. Mijn functie is boswachter ecologie binnen Team Stad & Duin. We zijn daar verantwoordelijk voor het beheer van het Natura 2000 gebied Hollands’ Duin, wat bestaat uit Boswachterij Noordwijk, de Coepelduynen en Berkheide. Verder beheren we een aantal weidevogelgebieden in het Groene Hart, waaronder het Natura 2000 gebied de Wilck. In 2018 was ik namens Staatsbosbeheer betrokken bij de organisatie van het 5000 soortenjaar. Het doel was om in een jaar tijd de soortendiversiteit van het Nationaal Park Hollandse Duinen (in oprichting) onder de aandacht te brengen. Ik kreeg hierdoor de kans om contact te komen met veel specialisten. Het was bijna een wedstrijd te zien hoever sommigen gingen om soorten vast te stellen. Onderdelen van een half vergane reebok werd boven een klopscherm uitgeschut om te kijken welke aaskevers er aanwezig waren en er werden gedurende dat jaar zeker 10 nieuwe soorten voor de Nederlandse fauna bijgeschreven.

Recent heb ik het geluk gehad om de hyacintorchis nieuw voor Nederland te ontdekken in mijn woonplaats. Het was een zeer surrealistische ervaring om een orchis in maart in Nederland te zien bloeien. Ik kende de soort van Cyprus en ik was in de veronderstelling dat deze soort nog een strikt mediterrane verspreiding had en de verrassing was daarom des te groter, maar de soort blijkt inmiddels al te staan bij Duinkerken en het Belgische deel van de Sint-Pietersberg.
Ik heb in die ruime dertig jaar dat ik  me bewust ben van de broedvogelstand rond mijn woonplaats veel soorten zien komen en gaan. In mijn beleving was de kuifleeuwerik een gewone “stadsvogel” die ik dikwijls op de Katwijkse Boulevard zag rondstappen. Achteraf bleek dit toen al één van de laatste Nederlandse populaties te zijn. De Tapuit heb ik ook uit de duinen zien verdwijnen. De nachtzwaluw daarentegen was een vogel waar je ieder jaar naar de vaste plek op de Veluwe reed en waarvan je nooit kon bedenken dat zij als broedvogel in de Zuid-Hollandse duinen zou terugkeren.


Hyacintorichis - Foto: Casper Zuyderduyn

Hoewel ik nog erg moet wennen aan de nieuwe vormgeving van Waarneming.nl en nog veelal gebruik maak van de oude versie, hoop ik in de toekomst nog veel gebruik te blijven maken van de website. Ik zie het daarbij vooral als een “notitieboekje” waar ik kan terugzien waar ik geweest ben, met name handig voor de buitenlandse vogelreizen die ik heb gemaakt heb waarbij ik dankbaar gebruik maak van Observado.org.

Updates Waarneming.nl 

We zijn elke dag bezig om Waarneming.nl te verbeteren. In deze rubriek delen we de belangrijkste updates van de afgelopen weken. Voor een uitgebreid overzicht kan je terecht op ons forum.  

Updates:

  • De export functie is verhuisd naar de onderkant van het scherm 'mijn waarnemingen'. Het aantal te exporteren waarnemingen is nu ongelimiteerd ook kan de export in sql lite worden uitgevoerd.
  • Geolocator toegevoegd aan invoerscherm.
  • Het verplaatsen van waarnemingen tussen Waarneming.nl, Waarnemingen.be en Observation.org kan nu.
  • Het versturen van Alerts is verbeterd. Het bleek dat waarnemingen ingevoerd via de nieuwe site niet werden meegenomen in het genereren van alerts.
  • Missende details toegevoegd aan de frontpage foto's en enkele andere thumbnails.
  • Kolom 'externe referentie' toegevoegd aan CSV-export.
  • Waarneming.nl verbergt geen data meer op op eigen foto's.
  • Foto-type filter toegevoegd aan de foto-filterset.
  • De notificatie-email van een reactie bevat nu de validatiestatus en of de waarneming onzeker is.

Op reis met Waarneming.nl 

“Na enkele maanden noodgedwongen thuis zitten mogen ook wij inmiddels weer verder met onze excursies en daar zijn we heel blij mee! “Helaas" was een groot aantal van de trips van de afgelopen maanden erg seizoensgebonden en kunnen we die niet zo maar later in het jaar inhalen.

Deze excursies zijn derhalve allemaal verplaatst naar 2021 en we gaan ons nu richten op de rest van 2020. Uiteraard is een en ander afhankelijk van de ontwikkelingen en richtlijnen, maar voorlopig gaan we er van uit dat we met enkele kleine aanpassingen de rest van het excursiejaar kunnen afmaken.Voor deze nazomer is er nog plek op enkele nieuwe excursies die in samenwerking met Waarneming.nl zijn georganiseerd.

Kijk voor meer informatie en het complete programma op onze website en schrijf u in. Want samen ontdekken we meer en steunen we Waarneming.nl!*  
  • Zaterdag 15 augustus: Fietsexcursie “herkenning van grote meeuwen”*
  • Zaterdag 29 augustus: Nazomerexcursie “Roofvogels in Groningen en Drenthe”*
  • Zaterdag 19 september: Excursie "Lauwersmeer compleet”*
  • Zondag 27 september: Zeevogeltocht “Op zee met Waarneming.nl” vanuit Scheveningen
 

Roodhalsgans - Foto: Martijn Bot
Facebook
Twitter
Forum
Email
FAQ
Wil je meer weten over Waarneming.nl en hoe het invoeren van een waarneming werkt? Lees dan onze snelstart gids. 

Alle vorige nieuwsbrieven vind je via deze link: Oude nieuwsbrieven lezen
Copyright ©

Uitschrijven van deze nieuwsbrief
Aanpassen van uw gegevens