Copy
Nieuwsbrief 67


Kleine Vliegenvanger - Arjan de Heer
 
September is bijna voorbij. Dat betekent dat veel vogelaars zich opmaken voor een uitstekende maand om vogels te tellen. In oktober tref je buiten een mooie combinatie van de laatste zomervogels en de eerste wintervogels. Toevallig of niet maar veel van deze vogels beginnen hun naam met de letter 'k'. Kolganzen, kraanvogels koperwieken, kepen, klapeksters en kramvogels arriveren in Nederland. Aan de kust dobberen de eerste duikers en tijdens een avondwandeling hoor je in het donker het gefluit van de smient. Tekenen dat het kouder wordt. De winter staat voor de deur.

Maar niet alleen vogels verdienen extra aandacht in het najaar. Het beste seizoen voor paddenstoelenliefhebbers is aangebroken. De juiste combinatie van de temperatuur en vocht activeert veel soorten om een vruchtlichaam aan te maken. Die kennen wij als paddenstoelen. Op Waarneming.nl zijn in totaal 3.916 soorten paddenstoelen ingevoerd. Een enorm aantal maar het daadwerkelijke aantal soorten ligt vele malen hoger.

Vorig jaar hebben we met elkaar 8.2 miljoen waarnemingen in twaalf maanden tijd verzameld. Een grandioze verzameling biodiversiteitsdata die organisaties gebruiken om de Nederlandse flora en fauna te beschermen. Al vroeg in het jaar werd duidelijk dat we het record van vorig jaar waarschijnlijk zouden verbreken. Dat is niet alleen een prestatie van formaat maar vooral van belang. Het gaat met veel soorten namelijk niet goed in Nederland. Samen maken we écht het verschil.
 

Foto's in september


Hieronder een selectie van foto's die jullie het hoogst hebben gewaardeerd in de afgelopen maand. Daar zitten zoals altijd echte parels tussen. Onder de foto's vind je de soortnaam en de fotograaf. De soortnaam is aanklikbaar voor een ieder die meer informatie zoekt.  
 
Wij plaatsen enkel foto's van waarnemers die daar toestemming voor geven (zie Nieuwsbrief 43). Op Waarneming.nl staan foto's met een hogere waardering of meer views. Deze gebruikers hebben hun fotomateriaal echter afgeschermd voor gebruik door derden.

Wat is zeldzaam? Meer dan kwart Europese exemplaren goudfranjedwergmot in Nederland gevonden.

De eerste vondst van goudfranjedwergmot in Duitsland was aanleiding voor een overzichtsartikel van deze zeldzame soort. Meer dan de helft van de bekende exemplaren komt uit slechts twee landen: 17 uit Engeland en 11 uit Nederland. Maar is deze soort echt zo zeldzaam, of gewoon moeilijk te vinden?

13 juni 2018 vond Tina Schulz bij Hannover het eerste Duitse exemplaar van de erg zeldzame dwergmot Bohemannia auriciliella (goudfranjedwergmot in het Nederlands). De determinatie werd bevestigd door Naturalis-onderzoeker Erik van Nieukerken, en dit contact leidde tot een gezamenlijk artikel dat alle vondsten van deze soort beschrijft. Dat artikel verscheen op 15 september in het Duitse tijdschrift Entomologische Zeitschrift, Schwanfeld. De samenvatting stelt nog dat in totaal 28 exemplaren uit heel Europa bekend zijn, maar gedurende de periode dat het artikel bij de redactie lag, werden opmerkelijk veel nieuwe exemplaren in 2020 waargenomen. Dit leidde uiteindelijk tot een naschrift in het artikel waarin het totaal is bijgesteld tot 38. Dit is nog steeds een zeer klein aantal.

Erik van Nieukerken zegt hierover: “Ik vang niet vaak vlinders op licht, maar gedurende de hittegolf in juni 2020 probeerde ik het twee keer tijdens een korte vakantie in de Achterhoek en nam mezelf – niet geheel serieus – voor deze soort eens te vangen. Groot was mijn verbazing toen inderdaad een vrouwtje van deze soort op het laken landde. Ik had de soort nooit eerder gevangen, maar wel gedetermineerd in collecties van anderen.”

Opmerkelijk is dat 28 vlinders in slechts twee landen zijn waargenomen. Waarvan het gros uit Engeland en Nederland. De overige exemplaren stammen uit Frankrijk, Duitsland, Zwitserland, Tsjechië en Bulgarije. Deze ongelijke verdeling lijkt vooral een effect van de grote belangstelling voor kleine vlinders in beide landen. De Nederlandse exemplaren komen vooral uit Gelderland. Daarnaast kwamen de waarnemingen uit Noord-Brabant, Limburg en Overijssel. Alle waarnemingen zijn gedaan op. Opmerkelijk is dat geen exemplaren werden gemeld op Waarneming.nl, in tegenstelling tot de verwante viervleksdwergmot (Bohemannia quadrimaculella), waarvan het aantal waarnemingen sinds Waarneming.nl in de lucht is enorm is toegenomen. De laatste Nederlandse vondsten zijn alsnog op Waarneming.nl verwerkt en ingevoerd.

Waarnemingen van de goudfranjedwergmot (Bohemannia auriciliella) in EuropaWaarnemingen van de goudfranjedwergmot (Bohemannia auriciliella) in Europa (Bron: Erik van Nieukerken)

Wat verklaart deze zeldzaamheid?

Vlinders van het formaat van de dwergmineermotten worden en werden door veel vlinderverzamelaars en waarnemers niet verzameld of gefotografeerd of zelfs niet gezien, en specialisten van mineervlinders zoeken vaak in de eerste plaats naar bladmijnen. De levenswijze van de goudfranjedwergmot is vrij onbekend. Er zijn aanwijzingen dat hij in takjes en op knoppen van berk leeft, maar enkele mediterrane vondsten lijken te wijzen op alternatieve voedselplanten. Als de levenswijze bekend is, en de rupsen makkelijker te vinden zijn, zal het aantal meldingen ongetwijfeld toenemen. Echter leven sommige soorten zo verborgen dat zij vrijwel niet te vinden zijn.

Hieruit blijkt ook dat voorzichtig moet worden omgegaan met karakteriseringen van soorten als zeldzaam. Echt zeldzaam zijn doorgaans soorten met een beperkt habitat, en in het geval van vlinders een zeldzame of verdwijnende voedselplant. Bij de goudfranjedwergmot gaat het eerder om een onopvallende vlinder, die niet enorm kritisch lijkt ten aanzien van het habitat, en simpel weet te ontsnappen aan waarneming.

Herkenning

De vlinder is vrij goed te herkennen aan de combinatie van de donker gerande oogklepjes, de bronskleurige vleugels en borst, het paar zilveren vlekken op de voorvleugel en de goudkleurige franje. Het vlindertje heeft opgezet een spanwijdte van zes tot zeven millimeter.

Mannetje goudfranjedwergmot (Bohemannia auriciliella), Noord-Brabant, Riethoven, 26 juni 2015, Frans GroenenMannetje goudfranjedwergmot (Bohemannia auriciliella), Noord-Brabant, Riethoven, 26 juni 2015, Frans Groenen (Bron: Erik van Nieukerken)

Meer informatie

Tekst: Erik van Nieukerken, Naturalis
Foto’s: Tina Schulz; Erik van Nieukerken

Paddenstoelenvergiftigingen en hoe voorkom je die

De herfst is inmiddels weer begonnen en dat is bij uitstek het seizoen van de paddenstoelen. Jaarlijks zijn er ook weer verhalen over paddenstoelenvergiftigingen in de media. Dit artikel van de Nederlandse Mycolgische Vereniging zet feiten op een rij en geeft adviezen om acute vergiftigingen als gevolg van het consumeren van in het wild groeiende paddenstoelen te voorkomen.

We weten allemaal dat sommige paddenstoelen giftig kunnen zijn, maar de drang om in de natuur een bijzonder maaltje te vergaren is de laatste jaren sterker geworden. Als gevolg daarvan zien we bij het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum (NVIC) een stijging van het aantal meldingen van vergiftigingen ten gevolge van het eten van wilde paddenstoelen. Het waren er zelfs zoveel, dat het NVIC in september 2019 een persbericht op haar website zette om te waarschuwen voor het risico dat mensen nemen wanneer ze zelf wilde paddenstoelen voor consumptie plukken. Dat risico is reëel aanwezig omdat het lastig kan zijn om al dan niet giftige soorten van elkaar te onderscheiden.

Karbolchampignon (giftig)

Karbolchampignon (giftig) (Bron: Jan Knuiman)

Folklore

Van oudsher lijken paddenstoelen in Nederland omgeven met duivelse bezetenheid, magie en giftigheid. “Je kunt er beter maar vanaf blijven”, is iets wat lang in het collectief bewustzijn van mensen aanwezig is geweest. Anderzijds zijn er soorten paddenstoelen, zoals krulzomen, die in sommige culturen al eeuwenlang zonder argwaan worden gegeten. Pas vrij recent is daarvan door wetenschappelijk onderzoek komen vast te staan dat ze bij langdurig gebruik, ook na verhitting, ernstige ziekten kunnen veroorzaken. Sommige mensen denken dat felle kleuren iets zeggen over giftigheid en anderen dat giftige paddenstoelen slecht smaken, of dat paddenstoelen veilig gegeten kunnen worden als ze gekookt of gebakken worden. Ook het weggooien van het kooknat zou vergiftiging kunnen helpen voorkomen. Al die opvattingen zijn ten dele juist, maar geen enkele is volledig juist. Dat komt doordat een bepaalde bereidingsmethode voor de ene paddenstoelsoort wel geldt en voor de andere niet. Door 'trial and error' hebben we in de loop der eeuwen geleerd wat we verdragen en wat niet en hoe we met sommige soorten paddenstoelen moeten omgaan om gifstoffen te verwijderen of om die te deactiveren. Paddenstoelen die na langdurig gebruik pas schadelijke effecten laten zien zijn moeilijker in het vizier te krijgen en komen vaak pas in beeld na wetenschappelijk onderzoek.

Groene knolamaniet (giftig)

Groene knolamaniet (giftig) (Bron: Aldert Gutter)

Wildplukken en het risico op vergiftiging 

De laatste jaren is het eten uit de natuur meer in de belangstelling komen te staan. Daarmee is de kans op vergiftigingen door het eten van wilde paddenstoelen ook groter geworden. Gelukkig laten veel wildplukkers zich voorlichten door ervaren experts. Zulke experts zijn te vinden via internet op wildplukwebsites. Als expert bij uitstek biedt de Nederlandse Mycologische Vereniging ook zinvolle informatie over het onderwerp. Bezoek daarvoor de NMV-website.

Bundelmosklokje (giftig)

Bundelmosklokje (giftig) (Bron: Aldert Gutter)

Vier procent van het aantal telefonisch gemelde blootstellingen bij het NVIC betreft planten, paddenstoelen en dieren (bijna 2000 in 2019). Hiervan hadden 249 meldingen betrekking op paddenstoelen. Bijna twee derde daarvan betrof kinderen tot 5 jaar, omdat die nogal eens zomaar iets in hun mond stoppen. in 32 gevallen was er sprake van genuttigde paddenstoelen in een maaltijd. Een verdubbeling ten opzichte van 2015, maar in het merendeel van de gevallen gaat het om mensen die niet in Nederland geboren zijn. Een man uit Syrië had het gevaarlijkste maal gegeten, namelijk een gerecht met Groene knolamaniet (Amanita phalloides) die hij waarschijnlijk had aangezien voor een eetbare soort uit zijn eigen land. Hij overleefde dit dankzij een levertransplantatie. Doden zijn er ten gevolge van het eten van paddenstoelen in 2019 in Nederland niet gevallen. Ter vergelijking: er komen jaarlijks bij het NVIC zes keer zoveel meldingen binnen van contact met giftige planten dan van mogelijke paddenstoelvergiftigingen. Toch lezen we daarover bijna nooit iets in de krant.

Bruine knolparasolzwam (giftig)

Bruine knolparasolzwam (giftig) (Bron: Jan Knuiman)

In werkelijkheid zijn maar enkele van de duizenden paddenstoelsoorten die in Nederland voorkomen giftig. Van sommige soorten kun je al vrij snel na het eten flink ziek worden en soms kan er blijvende gezondheidsschade optreden. Een enkele keer kan een vergiftiging dodelijk zijn. De Groene knolamaniet is daarvan wel het bekendste voorbeeld. Hoewel de Groene knolamaniet of even giftige verwanten vrij vaak figureren in fatale maaltijden, vormen zij lang niet het enige risico. Zo bevat het Bundelmosklokje (Galerina marginata) verhoudingsgewijs zelfs meer amatoxinen dan de Groene knolamaniet. Dit zwammetje zou men gemakkelijk kunnen aanzien voor het eetbare Stobbezwammetje (Kuehneromyces mutabilis) dat eveneens op dood hout groeit. Andere soorten, zoals sommige grotere parasolzwammen, zijn minder giftig, maar je kunt er bijvoorbeeld wel maagdarmstoornissen van oplopen. Doorgaans blijft het effect tot dat laatste beperkt. Individuele gevoeligheid en bereidingsmethoden zoals koken of bakken spelen daarbij ook een rol. Het vergt jarenlange ervaring om te weten wat je moet laten staan en zelfs dan gaat het soms fout, want paddenstoelen zijn erg variabel van vorm en kleur, waardoor een vergissing snel is gemaakt! Experimenteer dus nooit met paddenstoelen die je niet met zekerheid herkent en verdiep je in de eetbaarheid van paddenstoelen die je wel herkent. Zorg daarbij dat je bronnen (boeken, internet) recent zijn!

Stobbezwammetje (eetbaar)

Stobbenzwammetje (eetbaar) (Bron: Paul Coene)

Het voorkomen van vergiftigingen

Het opvolgen van de volgende adviezen kan het optreden van vergiftigingen voorkomen:

  1. Eet nooit paddenstoelen die je niet kent.
  2. Lees over de eetbaarheid van een soort en verdiep je in de bereidingsmethoden ervan.
  3. Verwerk nooit (gedeeltelijk) bedorven paddenstoelen in een maaltijd.
  4. Houd kleine kinderen en huisdieren extra in de gaten als ergens paddenstoelen voorkomen: je kunt niet zien of een soort giftig is, maar voorkomen dat iets in de mond of bek verdwijnt is de beste manier om een vergiftiging te voorkomen.

Tekst: Aldert Gutter en Jan Knuiman, Nederlandse Mycolgische Vereniging
Foto’s: Gerard Koopmanschap (leadfoto: Satansboleet, giftig); Jan Knuiman; Aldert Gutter; Paul Coene

Onlangs aangespoelde butskoppen toegevoegd aan collectie Naturalis.


In de derde week van september spoelden er in korte tijd twee dode butskoppen aan in Zeeland. Beide dieren hadden verwondingen en zijn vermoedelijk om het leven gekomen door een aanvaring. De schedels en nekwervels van de butskoppen worden nu toegevoegd aan de collectie van Naturalis.

Op 7 september spoelde er een dode butskop (Hyperoodon ampullatus) aan in de Zeeuwse plaats Terneuzen. Opmerkelijk genoeg spoelde er daarna nog een dode butskop aan in Borssele, eveneens in Zeeland. “Om een mogelijke doodsoorzaak te achterhalen heeft de faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht een sectie gedaan,” zegt Pepijn Kamminga, Senior Collectiebeheerder bij Naturalis. De schedels en nekwervels van beide butskoppen worden nu toegevoegd aan de collectie van Naturalis. “Deze dieren zijn zeldzaam, dus dat wij er na dertig jaar twee kunnen toevoegen aan de collectie is heel speciaal,” aldus Kamminga.

De schedels goed bewaren

In de collectie van Naturalis zitten momenteel achttien butskoppen; van sommige het hele skelet en van een aantal alleen de schedel. Voordat de twee aangespoelde butskoppen worden toegevoegd aan de collectie van Naturalis doorlopen zij eerst een stapsgewijs proces. “Om de schedel of het skelet mooi te bewaren is het belangrijk dat al het zachte weefsel als vlees en organen weggesneden is,” zegt Kamminga, collectiebeheerder zoogdieren. 

Vervolgens wordt het skelet als het ware ‘gekookt’, of in vaktaal: gemacereerd. Dit houdt in dat de botten in een bad van ongeveer veertig graden Celsius een tijd lang – soms wel maanden – worden ondergedompeld. “Met behulp van bacteriën en enzymen rot het resterende zachte weefsel weg en houd je schone botten over. Ook is een groot deel van het vet uit de botten verdwenen,” legt Kamminga uit. Om de botten wat witter te krijgen en nog meer te ontvetten wordt er daarnaast ook een oplossing van waterstofperoxide gebruikt.

De butskop in Terneuzen wordt weggetakeld voor onderzoek

De butskop in Terneuzen wordt weggetakeld voor onderzoek (Bron: Jeroen Hoekendijk)

Ontsluiten voor de buitenwereld

Alle verzamelgegevens worden gedigitaliseerd, in dit geval door Kamminga zelf. Het gedroogde skelet gaat na de ontsmetting de collectie in. De gegevens worden vervolgens via het internet ontsloten voor de buitenwereld en onderzoekers zijn welkom om het skelet te bestuderen.

Een gedigitaliseerd collectie-exemplaar van Naturalis Biodiversity Center

Een gedigitaliseerd collectie-exemplaar van Naturalis Biodiversity Center (Bron: Pepijn Kamminga)

Meer informatie

Tekst: Pepijn Kamminga & Ela Sari, Naturalis
Foto’s: Jeroen Hoekendijk (leadfoto: aangespoelde butskop in Terneuzen); Pepijn Kamminga

Met zijn allen plantengallen

 
Iedereen heeft in deze tijden van corona behoefte om naar buiten te gaan. En iedereen heeft behoefte om zich verbonden te voelen. Dat kunnen we combineren, door met z’n allen te gaan zoeken naar Plantengallen! Omdat gallen woekerweefsel van planten zijn, veroorzaakt door een meestal dierlijke galveroorzaker, verbinden zij zelfs de floristen en faunisten. En zelfs paddenstoelen-liefhebbers komen aan hun trekken met een groep van schimmelgallen! Dus als jij je ook verbonden wil voelen, of als je wilt bijdragen aan de kennis van de verspreiding van deze leuke soortgroep, of natuurlijk gewoon een reden kunt gebruiken om lekker naar buiten te gaan, doe dan mee!
 

Satijnen knoopjesgalwesp - Foto: Timo Roeke

Waarmee? We gaan de komende 3 jaar zo veel mogelijk gegevens verzamelen van Plantengallen. Dat doen we via apps van Waarneming.nl, daar kun je online de vorderingen ook zien. Uiteindelijk gaan we na de veldperiode 2020-2022 ook een Plantengallen-Atlas maken. Iedereen mag meedoen, want als je de Plantengal zelf en de waardplant op de foto hebt, zijn bijna alle soorten goed te herkennen. En met de Veldgids Plantengallen van Roelof Jan Koops is het zelf herkennen ook prima te doen. Op het Waarneming.nl Gallen & mijnen forum, kun je bovendien al je waarnemingen navragen bij meer ervaren gallen-onderzoekers. En alsof dat nog niet “met z’n allen” genoeg is, gaan we, zodra het weer kan, ook veld-excursies organiseren. Tot die tijd kun je je alvast aanmelden voor onze nieuwsbrief.

Wie zijn we? In de eerste plaats wij, of jullie, de gallenzoekers. En mensen die de gallenzoeker in zichzelf nog niet ontdekt hebben. Het project kan alleen een succes worden, door met z’n allen lekker naar buiten te gaan. Daarnaast verzorgd EIS de ondersteuning, met al haar kennis over het organiseren en publiceren van data over kleine beestjes. Het Prins Bernard Cultuurfonds en de Uyttenboogaart-Eliasen Stichting dragen financieel bij met de ondersteuning van excursies, het samenbrengen van gallenwaarnemingen en de organisatie van het atlas-project.

Matthijs Courbois
Projectleider Biodiversiteit en Natuurmonitoring

Vleermuizen vaak onbedoeld slachtoffer van lijmvallen.


Met enige regelmaat worden vleermuizen aangetroffen als slachtoffer van lijnmband aan bomen en vliegenplakstrips in stallen. Lijmbanden en plakstrips worden gebruikt om plaaginsecten te bestrijden. Helaas zijn vleermuizen en vogels vaak ongewenste bijvangst bij het gebruik van deze lijmvallen. Daarnaast blijven ook nuttige insecten, andere geleedpotigen en zelfs huisdieren aan lijmvallen plakken.

Langzame, stressvolle dood

Vleermuizen en vogels worden waarschijnlijk aangetrokken door de insecten die op de lijmvallen zitten. Ze weten niet dat die insecten vastzitten in een lijmlaag. Deze lijm is zo sterk en kleverig, dat dieren zichzelf niet kunnen bevrijden wanneer ze er eenmaal mee in aanraking zijn gekomen. Soms overleven dieren het, maar het vraagt een lange en stressvolle behandeling met olie om ze los te krijgen. Als ze niet op tijd worden gevonden sterven ze een langzame, stressvolle dood.

Als er een reden is om toch lijmvallen te gebruiken, dan kunnen slachtoffers onder vleermuizen en vogels vrij makkelijk voorkomen worden door volièregaas aan te brengen op kleine afstand van de lijmval.

Met volièregaas kan eenvoudig voorkomen worden dat vleermuizen slachtoffer worden van plakstrips tegen vliegen

Met volièregaas kan eenvoudig voorkomen worden dat vleermuizen slachtoffer worden van plakstrips tegen vliegen (Bron: Daniel Hargreaves)

Natuurlijke bestrijders

Alle vleermuissoorten en verschillende vogelsoorten leven van insecten. Zij zijn daardoor natuurlijke bestrijders van plaaginsecten. De gewone dwergvleermuis, een vrij algemene vleermuissoort, eet per nacht gemiddeld zo’n duizend insecten. Er zijn zelfs soorten die regelmatig in stallen foerageren, zoals de ingekorven vleermuis en de gewone grootoorvleermuis, maar ook de boerenzwaluw en de kerkuil.

Op internet worden lijmvallen aangeboden als een milieuvriendelijk en ecologisch middel. Erg ecologisch lijkt het echter niet, wanneer onze beste plaaginsecten-bestrijders er zelf slachtoffer van worden. In plaats van het aanbrengen van lijmband aan bomen, kan beter gezorgd worden voor een natuurlijke, bloemrijke ondergroei waar insecten en vervolgens dus ook vleermuizen en vogels op afkomen.

Lijmplanken

Vleermuizen worden niet alleen aangetroffen op boomlijmband en plakstrips, maar ook op lijmplanken. Het gebruik van lijmplanken voor het vangen van ratten en muizen is verboden, de verkoop ervan echter niet. Naast verschillende vleermuissoorten, worden ook verschillende vogelsoorten (zoals bosuil, ransuil, roodborst, koolmees), egels en zelfs huiskatten binnengebracht bij dierenambulances als slachtoffer van lijmplanken.

Het gebruik van lijmvallen neemt waarschijnlijk toe, doordat het gebruik van rodenticiden (gif tegen knaagdieren) en bepaalde insecticiden nog maar onder strikte voorwaarden is toegestaan.

Vleermuizen als onbedoeld slachtoffer van lijmbanden en plakstrips

Vleermuizen als onbedoeld slachtoffer van lijmbanden en plakstrips (Bron: Hazel Ryan; Vindy Sekhon; Janette Haas; Anoniem via DvhN)

Oproep

De Zoogdiervereniging roept producenten en aanbieders van lijmvallen hierbij op om aan kopers duidelijk te maken wat de risico’s van deze producten zijn en dat de kans op ongewenste bijvangsten verkleind kan worden door bescherming aan te aanbrengen over of om de lijmvallen.

Mensen kopen deze middelen vaak zonder goed over de werking en de gevolgen na te denken. In nieuwsberichten en forums op internet valt te lezen dat veel mensen spijt hebben van het gebruik van lijmvallen wanneer ze de gevolgen zien. Door bij de verkoop meer informatie te geven over de risico’s en over hoe deze risico’s kunnen worden verkleind, kunnen deze mensen een weloverwogen beslissing nemen.

Eerder in het nieuws

Voorbeelden van onbedoelde slachtoffers van lijmvallen die eerder lokaal of landelijk in het nieuws kwamen. Slechts een klein deel van het aantal gevonden slachtoffers haalt het nieuws:

Tekst: Marjolein van Adrichem, Zoogdiervereniging
Foto’s: Martyn Cooke (leadfoto: grootoorvleermuizen op een lijmband); Daniel Hargreaves; Hazel Ryan; Vindy Sekhon; Janette Haas

Waarnemer van de maand: Wouter Teunissen


Hierbij geef ik een kleine inzage in mijn belevingswereld en in mijn relatie met Waarneming.nl. Ik heb met veel mensen mooie natuurervaringen, maar ik kan jullie niet allemaal benoemen, dus voel je niet gepasseerd, je bent in mijn hart! Voordat we verder in mijn verhaal duiken, wil ik je eerst vragen even met mij mee te denken. Kijk eens naar het volgende plaatje en vertel mij wat je ziet. Wat is het?

 
Voor mij was dit een nieuwe soort, die nu in mijn levenslijst op Waarneming.nl staat te pronken. Kun je niet op het antwoord kunnen wachten, dan zou je dus alvast op de website in mijn foto’s of in mijn levenslijst kunnen kijken. Achter elke soort zit een verhaal en dat geeft ook een veel beter beeld van mij, dan onderstaand stuk. Tot enkele jaren terug, was de determinatie van dit soort foto’s alleen voorbehouden aan experts. Nu, o.a. door de komst van Waarneming.nl, is daar verandering in gekomen en kunnen steeds meer mensen deze obscure soorten herkennen. Ik ben trots, dat ik daar als waarnemer, als admin en als creatieve, kritische gebruiker een bijdrage aan heb kunnen leveren.
 
Omdat we met alle gebruikers én admins input hebben geleverd aan de website, kunnen we daar nu de vruchten van plukken. We leren veel sneller dan voorheen. Dat het determineren nu erg makkelijk is geworden heeft ook een keerzijde, vind ik. Het gaat soms ten koste van de charme van de oude manier: eindeloos literatuur doorspitten en het genot ervaren als dat leidt tot een positieve determinatie. Maar bovenal is het allemaal veel massaler geworden. Vroeger was je gek als je achter een vogel, dagvlinder of sprinkhaan aan ging, tegenwoordig ben je haast gek als je hem “nog niet hebt”. Ik mis daarnaast vooral bij beginnende waarnemers of blindstaarders op de automatische herkenning vaak ook de veldervaring: zoals inzicht in het gedrag van een dier of de ecologie van een soort. Voorbeelden hiervan zijn waarnemers die bij laag water hopen op grote aantallen steltlopers langs de rand van het wad (die zitten daar dan niet), of mensen die vlinders gaan fotograferen maar daarbij de waardplant platstampen. Deze kennis komt nog steeds voort uit jarenlange ervaring en kennis vergaren en wordt soms hopeloos gemist.
 
Ik ben zelf een product van beide werelden. Ik heb mijn ervaring opgedaan door jarenlang in de natuur rond te struinen en mijn kennis heb ik opgedaan in mijn studie en werk. Maar ik ben ook functioneel lui, dat betekent zoiets als: ik wil ergens keihard voor werken, maar niet als het ook makkelijk kan, geen overbodig werk. Dus bij het determineren en bij het opslaan van mijn waarnemingen maak ik maar al te graag gebruik van Waarneming.nl.
Hoe is het zover gekomen? Mijn roots liggen in Overijssel, daar ben ik opgegroeid “aan de goede kant van de IJssel”. Ik denk dat daar alles begon met “Het beste vogelboek”, met een Bosuil op de voorkant. Een voor een kind, mateloos fascinerend boek. Met levensgrote plaatjes van vogels die ik nog nooit had gezien. Weg met Nijntje, of 1001 kinderversjes… Dit is wat ik wil, moet ik gedacht hebben! Ik bladerde dagelijks door de plaatjes van het boek en tijdens een familiereünie schijn ik, als 4-jarige, ooms en tantes al op overvliegende Buizerds te hebben gewezen. De interesses werden al snel uitgebreid naar andere soortgroepen. Bijvoorbeeld naar de planten in de tuin. Zo hadden we een dijkje nagebouwd en daar wilde planten op gezet van de IJsselflora. En op deze planten zaten allerlei fantastische insecten, waarvan niemand in mijn omgeving de naam wist, dus spannend. Met schepnetjes struinde ik met vrienden slootjes af op zoek naar leven. Een deel hiervan belande dan een tijdje bij mij thuis in een armetierig aquariumbakje, waarin ik hun gedrag uitvoerig kon bekijken. Ik moet mijn ouders overigens tot gekte hebben gedreven, elke keer als ik weer thuis kwam met mijn nette, nieuwe kleren gescheurd of bedekt onder de modder.
 
Ik werd wat ouder en de natuur in gaan om beestjes en plantjes te kijken, was onder leeftijdsgenoten not done. Natuurliefhebbers waren zonderlinge oude mannen met camouflagekleding en sokken in sandalen en vogels kijken was niet stoer. Met vrienden ging ik daarom samen sporten, risken, feesten, naar het theater, naar musea, een beetje hangen,…. Maar nooit samen de natuur in. Dat was iets, dat privé was. Als ik na afloop van een vogelsessie het dorp in fietste, ging de kijker weer onder de jas…
Het was bijzonder dat ik in het veld opeens andere vogelaars tegenkwam. Geen oude zeikende mannen, maar leuke, interessante figuren, die net als ik daarbuiten een normaal leven leiden, maar tegelijkertijd enthousiast werden van gave vogels of reptielen en amfibieën. Natuur werd weer leuk! En een tijd van nieuwe avonturen brak aan. Ik moet hierbij speciaal Arnold Bakker en Edwin Winkel benoemen. Vooral met Arnold heb ik vele avonturen beleefd. We gingen samen ’s avonds op pad om kwartelkoningen te tellen (ik meen me te herinneren dat we tussen Deventer en Wijhe soms wel 7 paar hadden, tegenwoordig zit er geen enkel paartje meer). We brachten roofvogelnesten in kaart en hielpen bij het ringen van de vogels. Ik was ooit verschrikkelijk ziek, had 40 graden koorts, maar het was dat jaar mijn enige kans om mee te helpen met het ringen van roofvogels. Dus ik heb niks gezegd en ben met doodsangsten en waanbeelden een boom in geklommen. Alles was ik vergeten toen ik die donsjongen van dichtbij zag!
 
Na mijn Overijsselse periode ben ik naar Zuid-Holland verhuisd om daar Biologie te gaan studeren. In mijn vrije tijd ging ik vooral naar Katwijk, daar zat een levendige vogelaarsscene waarmee ik in aanraking kwam. Ik merkte dat een aantal van hen, net als ik, alle soorten leuk vond. We gingen gezamenlijk door Nederland reizen. Met Casper Zuyderduyn heb ik bijvoorbeeld ooit een voor ons historisch weekend in Winterswijk beleefd. We hadden zijn autootje helemaal volgepakt met determinatieliteratuur, nachtvlinderlampen en microscopen. Er paste niks meer in. Vervolgens hebben we geprobeerd om alles wat we tegenkwamen op naam te brengen. Absoluut hoogtepunt was een Waterspitsmuis die voor onze neus onder water dook en in het heldere water de beek overzwom. Joelend ben ik toen door het bos verder gegaan. Frank van Duivenvoorde heeft mij verschrikkelijk veel over vogels geleerd en is nooit te beroerd geweest om mij ergens naartoe te rijden omdat ik toen zelf geen auto had. Zelfs niet als hij al eerder op dezelfde dag al bij de soort was geweest.
 
Met wat omzwervingen kwam ik, na mijn studie Biologie aan de Universiteit van Leiden terecht op een waterschapslaboratorium bij Stichting Waterproef in Edam. Hier werk ik nog steeds en houd ik mij momenteel bezig met natuurwetgeving, ecologische monitoring en eDNA analsyses. Met mijn collega’s en oud-collega’s hebben we soms privé uitstapjes. Stuk voor stuk zijn dit zeer gedreven en kundige experts, waarvan enkele ook actief zijn op waarneming.nl, zoals Wim Langbroek en Wil Leurs. We vormen een groep met zeer uitgebreide soortenkennis, waardoor we tijdens deze uitstapjes vaak veel nieuwe soorten voor een gebied ontdekken. Met oud-collega Sander Lagerveld, deel ik een andere passie: de Noordzee. Om zelf als avonturier en ontdekkingsreiziger de zee op te kunnen, organiseerden we non-profit trips. Sander deed dit al langer met vrienden, maar vanaf 2010 ben ik dat team gaan versterken. Op die manier konden we stukken van Nederland zien, die anders onmogelijk te bereiken waren. We waren pioniers en probeerden van alles uit, in feite waren we een onderzoeksschip voor de citizen scientist. Van elke tocht maakten we een verslag. Inmiddels zijn we gestopt en de website zal ongetwijfeld binnenkort verdwijnen. Dus voor diegenen die de verslagen nog eens willen nalezen, dit is misschien wel je laatste kans: http://www.pterodroma.com/?page_id=989.
 
Mijn relatie met Waarneming.nl dateert van lang geleden. Ik ben begonnen als waarnemer en in 2006 werd ik admin voor vogels, zoogdieren, reptielen & amfibieën. Dit was vlak nadat ik de allereerste landelijke telling via Waarneming.nl had georganiseerd. Er was een invasie van Pestvogels gaande en om deze in beeld te brengen, probeerde ik zoveel mogelijk waarnemers te mobiliseren en deze hun waarnemingen in te laten voeren op Waarneming.nl. Deze pestvogeltelling was de eerste keer dat Waarneming.nl landelijk in het nieuws kwam en de opmaat voor de klapekstertelling die nog steeds bestaat. Als ik mij niet vergis, verdrievoudigde het aantal waarnemers binnen een maand. Daarna heb ik Hisko de Vries jarenlang met mijn ideeën lastig gevallen. Over dat het menu niet intuïtief was, dat foto’s een veel prominentere plek op de website moesten krijgen, dat deze foto’s in de toekomst alleen maar belangrijker zouden worden, dat het aanhouden van een eenduidige taxonomie belangrijk was, dat waarnemingen van de waarnemer zijn, dat Observation.org de leidende website zou moeten worden, … Etc, etc. Maar behalve klagen, kwam ik ook vaak met voorbeelden hoe zoiets er dan uit kon zien en ik moet zeggen, Hisko heeft best veel van deze ideeën uiteindelijk in de oude site overgenomen. Maar in het begin was er altijd weerstand. En had ik Hisko een keertje aan mijn kant, dan kwam de weerstand van de medegebruikers… Dit gebeurde o.a. bij het invoeren van naamgeving van de vogels via de IOC lijst. Tegenwoordig hoor je hier gelukkig nog maar weinig over, maar destijds was het nogal gedoe. 

Oudeversie Waarneming.nl

In de beginjaren was de website heel basaal. Veel meer dan vogels, wat zoogdieren en een paar dagvlinders kon je niet invoeren. Menu’s waren rommelig, foto’s werden schots en scheef geplaatst, soorten stonden onder verschillende namen dubbel in het systeem… (het leek de nieuwe website wel ;-)  ). Ik weet nog goed, dat ik vond dat je ook andere soortgroepen in moest kunnen voeren. Ik ben dat toen gewoon gaan doen. Onder de naam van een dagvlindersoort, voerde ik dan paddenstoelen in. In het commentaar stond dan de werkelijke soort. Ook aan Observation.org heb ik volop zitten trekken. Duizenden foto’s heb ik beoordeeld en in de soortenoverzichten gezet. Van soorten waar nog geen foto van was, heb ik lopen zoeken of ik daar waarnemers van kon vinden. Ik heb daar heel veel uren in gestoken om dat op gang te trekken.

Maar sinds het begin is de site enorm gegroeid in aantal gebruikers en in functionaliteit. Alle waarnemers, maar zeker ook de admins die daar aan hebben meegewerkt verdienen daarvoor een enorme pluim. Ik gebruik de website dagelijks. Ook op reis speelt de site tegenwoordig een rol. Een van mijn reizen (een uilentrip in Zweden is zelfs ooit via het forum van Waarneming.nl georganiseerd. En met de zoogdieradmins zijn we ook meermaals gezamenlijk het veld in geweest.
 
Maar al dat valideren en meedenken staat bij mij momenteel op een lager pitje. Mijn werk neemt veel tijd en in beslag en ik vind het daarom nu vooral heel erg leuk om in mijn vrije tijd dingen zelf te zien en te ontdekken. Om een struik te bekijken en blaadje voor blaadje af te pellen als een staartmees op zoek naar insecten. En daarnaast blijf ik het leuk vinden om mensen voor bijzondere soorten te enthousiasmeren. Zo reik ik elke november en december prijsjes uit aan vrienden (de eer is daarbij het belangrijkst), voor de beste “zelfontdek”. Een goed biertje en een dag U zeggen voor de nummer 1 en een shandy voor nummer 2. Het belangrijkste is dat we dan naar buiten gaan en niet indutten in onze winterslaap.
 
En in dat kader, terug naar de hoofdvraag!!! Wat is nou de soort waarmee we begonnen zijn? Zoek dat maar lekker zelf uit in de app Obsidentify of via de automatische herkenning op de nieuwe website. Ik zal je nog een beetje op weg helpen, de waardplant is een Akkermelkdistel.
 
Herinneringen ophalend bij mijn moeder: Het beste vogelboek en de hoofdprijs voor elke dierenliefhebber: Dierenvriend 1988…

Updates Waarneming.nl 

We zijn elke dag bezig om Waarneming.nl te verbeteren. In deze rubriek delen we de belangrijkste updates van de afgelopen weken. Voor een uitgebreid overzicht kan je terecht op ons forum.  

Updates:

  • Foto overzichten houden in de thumbnails rekening met in welk overzicht ze worden aangeroepen worden. Daardoor geen dubbele informatie in beeld;
  • De site onthoud het inzoomniveau bij een invoersessie tot je zelf een ander gebied hebt geselecteerd;
  • Je kunt zelf aangeven of je foto's geliked mogen worden (instellingen, privacy);
  • Toon geen locatie gegevens bij 5 km verborgen soorten als je de waarnemer een mail stuurt;
  • Bij aanpassen van geslacht van de waarneming ook de onderliggende foto's aanpassen als foto geslacht gelijk is aan waarneming oud geslacht;
  • Het zoeken op teksten met tussen de 3-5 karakters is verbeterd;
  • Waarneming wijzig log is weer zichtbaar voor de waarnemer;
  • Verspreidingskaarten maken nu onderscheid tussen wild/niet wild en bij planten 'aangeplant';
  • De export functie is verhuisd naar onder in het scherm 'mijn waarnemingen'. Het aantal te exporteren waarnemingen is nu ongelimiteerd en bovendien  kan de export in sql lite worden uitgevoerd;
  • Het verplaatsen van waarnemingen tussen Waarneming.nl, Waarnemingen.be en Observation.org is nu mogelijk;
  • Forum updates (inclusief logo's);
  • Een pagina met daarop informatie over onze drie mobiele applicaties.

Op reis met Waarneming.nl 

“Na enkele maanden noodgedwongen thuis zitten mogen ook wij inmiddels weer verder met onze excursies en daar zijn we heel blij mee! “Helaas" was een groot aantal van de trips van de afgelopen maanden erg seizoensgebonden en kunnen we die niet zo maar later in het jaar inhalen.

Deze excursies zijn derhalve allemaal verplaatst naar 2021 en we gaan ons nu richten op de rest van 2020. Uiteraard is een en ander afhankelijk van de ontwikkelingen en richtlijnen, maar voorlopig gaan we er van uit dat we met enkele kleine aanpassingen de rest van het excursiejaar kunnen afmaken.Voor deze nazomer is er nog plek op enkele nieuwe excursies die in samenwerking met Waarneming.nl zijn georganiseerd.

Kijk voor meer informatie en het complete programma op onze website en schrijf u in. Want samen ontdekken we meer en steunen we Waarneming.nl!*  
  • Zaterdag 15 augustus: Fietsexcursie “herkenning van grote meeuwen”*
  • Zaterdag 29 augustus: Nazomerexcursie “Roofvogels in Groningen en Drenthe”*
  • Zaterdag 19 september: Excursie "Lauwersmeer compleet”*
  • Zondag 27 september: Zeevogeltocht “Op zee met Waarneming.nl” vanuit Scheveningen
 

Roodhalsgans - Foto: Martijn Bot
Facebook
Twitter
Forum
Email
FAQ
Wil je meer weten over Waarneming.nl en hoe het invoeren van een waarneming werkt? Lees dan onze snelstart gids. 

Alle vorige nieuwsbrieven vind je via deze link: Oude nieuwsbrieven lezen
Copyright ©

Uitschrijven van deze nieuwsbrief
Aanpassen van uw gegevens