Copy
Bekijk de nieuwsbrief op internet
Nummer 3 van 2021 (doorsturen) Voor optimale weergave en navigatie kunt u deze nieuwsbrief het beste openen in een browser.
Hierbij de derde nieuwsbrief van 2021. Wij hopen dat de inhoud u inspireert en aan het denken zet. Ook vragen wij u nogmaals om een jaarlijks donatie om onze activiteiten te kunnen blijven bekostigen. Mocht u deze nog niet hebben overgemaakt, dan kunt u dat hier op een eenvoudige wijze doen. Onze hartelijk dank! 

Liever minder weggebruikers dan meer stekkerauto’s


In discussies over overbevolking blijkt dat veel mensen blindelings vertrouwen op technologische oplossingen voor problemen waarbij het mensenaantal een rol speelt. Neem het probleem van de CO2-uitstoot. Naarmate meer mensen streven naar welvaart, is hun aantal een belangrijke vermenigvuldigingsfactor bij de hoeveelheid uitstoot. De Vlaamse filosoof Maarten Boudry ziet technologie zelfs als enig mogelijke oplossing voor dit probleem: “8 miljard mensen die als klimaatheiligen leven, zouden, gegeven de huidige technologie, nog steeds miljarden tonnen CO2 uitstoten […] ofwel lossen we het klimaatprobleem op met technologie, of we lossen het helemaal niet op.”
 
“Allemaal elektrisch rijden” lijkt een van de technologische oplossingen voor vermindering van de CO2-uitstoot. Er komt niets meer uit de uitlaat, en als we de stroom aan de laadpalen ook nog eens “groen” opwekken door middel van zon en wind, dan zijn we goed bezig. Nu heeft het Global Footprint Network de ecologische voetafdruk van onze transportmiddelen berekend. Deze varieert in omvang sterk tussen verschillende landen, maar is voor privévervoer vele malen groter dan voor openbaar vervoer, en dat terwijl het vliegverkeer nota bene bij dit openbaar vervoer is inbegrepen! De voetafdruk is berekend per inwoner van de diverse landen en uitgedrukt in de hoeveelheid geschikt landoppervlak dat nodig is om de ontstane CO2-uitstoot te absorberen.

Wat ook opvalt bij privévervoer is dat de directe uitstoot door uitlaatgassen [lichtblauw deel van de staafdiagrammen] kleiner of gelijk is aan de indirecte uitstoot [donkerblauw deel]. Deze indirecte uitstoot wordt niet alleen veroorzaakt door de grondstoffenwinning voor de productie van het transportmiddel en de productie van het transportmiddel zelf, maar ook door wegenbouw en onderhoud van het wegdek. Voor de accu’s van elektrische auto’s zijn de komende tien jaar 10 miljoen ton aan lithium, kobalt, nikkel en mangaan nodig. Die grondstoffen komen niet vanzelf uit de grond en komen niet ook zomaar bij de fabrieken terecht. Het voor privévervoer noodzakelijke wegennet maakt heel veel vruchtbare grond onbruikbaar en zet natuurgebieden onder druk.
 
Uit de grafiek wordt duidelijk dat openbaar vervoer een kleinere voetafdruk heeft dan privévervoer, zelfs als we het vliegverkeer erbij optellen. Dit komt door de ruimere passagierscapaciteit. Elektrisch rijden zal de ecologische voetafdruk van het privétransport als gevolg van de indirecte CO2-uitstoot niet echt aanmerkelijk kunnen reduceren.
 
Als we onze transportvoetafdruk echt willen verkleinen, zijn er vooralsnog drie opties: (1) in je huidige auto blijven rijden zoals de Cubanen in hun Amerikanen, en geen nieuw voertuig aanschaffen; (2) alleen van het openbaar vervoer gebruik maken, en (3) zorgen dat er veel minder weggebruikers ons land en de wereld gaan bevolken.

Immigratie en algemeen belang


Het is fijn dat het ons zo voor de wind gaat. Een heleboel mensen willen hier wonen en werken, Nederland biedt bestaanszekerheid en uitstekende sociale voorzieningen. Ze kwamen en komen, gastarbeiders, gezinsmigranten, asielzoekers, arbeidsmigranten uit Oost-Europa, kennismigranten uit India, expats uit westerse landen en buitenlandse studenten die hier werk of een partner vinden.
 
Daarbij komen we ruimte te kort. Ruimte voor woningen, voor landbouw, voor distributiebedrijven, voor windturbines en zonneakkers, voor weguitbreidingen en vooral ook voor natuur en recreatie.
 
Inmiddels heeft een kwart van de bevolking een migratie-achtergrond (minstens één ouder geboren in het buitenland), en nog steeds komt er ieder jaar door immigratie netto een middelgrote stad aan inwoners bij. Valt daar niets aan te doen?
 
Internationale verplichtingen hebben de beleidsruimte voor immigratie sterk ingeperkt. Naast het Vluchtelingenverdrag is het EU-verdrag de belangrijkste internationale verplichting. De oorspronkelijke doelstelling van de EU was het bieden van vrijheid, veiligheid en recht aan haar burgers, zonder binnengrenzen. Het Verdrag van Rome daarentegen specificeerde exclusief economische doelstellingen en beschouwde het vrije verkeer van personen, diensten en kapitaal als aanjager van economische groei.
 
Op dit moment is kennismigratie een toverwoord. Om Nederland door het binnenhalen van hoog opgeleid personeel op te stoten in de vaart der volkeren, worden kenniswerkers simpelweg toegelaten op een salariscriterium, voor jongeren (onder 30) zo’n 15% boven het modaal inkomen en voor 30+ ruim 1,5 maal het modaal inkomen. Ook bij de toelating van buitenlandse studenten speelt de hoop mee dat ze na hun afstuderen als werknemers hier blijven. Er studeren zo’n 70 000 buitenlandse studenten méér in Nederland dan Nederlandse studenten in het buitenland.
 
In 1946 had Nederland ruim 9 miljoen inwoners, nu ruim 17 miljoen. De permante bevolkingsgroei van de afgelopen zestig jaar is het resultaat van besluiten waarvan de gevolgen onvoldoende zijn overzien. De vraag naar ongeschoolde tijdelijke arbeid vanaf de jaren zestig liep uit op permanente grootschalige gezinsimmigratie. De ondertekening van het VN Vluchtelingenverdrag van 1951 leidde tot een omvangrijke instroom van asielzoekers. Aansluiting bij de EU heeft een einde gemaakt aan onze autonomie bij migratie binnen Europa. Immigratie van kenniswerkers uit niet-EU landen is volledig in handen van werkgevers gelegd, met alleen een salarisdrempel als criterium.
 
Nu zitten we met de gebakken peren: woningentekort en gebrek aan ruimte voor van alles en nog wat. Tijd voor de politiek om dit onder ogen te zien. Kiezen we voor economische groei of voor leefbaarheid? Vanaf de Vreemdelingenwet 1965 kan een verblijfsvergunning worden geweigerd op gronden van algemeen belang. De nadelige gevolgen van een hoge bevolkingsdichtheid kunnen zeker als algemeen belang worden aangemerkt.
Ook de Adviescommissie Vreemdelingenzaken (ACVZ), een orgaan van de overheid, pleit ervoor om ten aanzien van immigratie “te kiezen voor een adviesmodel dat ten dienste staat aan de welvaart in brede zin van de Nederlandse samenleving en dat toekomstgericht en duurzaam is.”
 
Bron: Bevolkingsdichtheid als tragisch extern effect - Me Judice

Kan dit kleine landje zichzelf voeden?

Vier jaar geleden stond er een trotsmakend artikel in National Geographic: Dit kleine landje voedt de wereld. Nederland wordt afgeschilderd als “een agrarische reus die ons een blik gunt op de toekomst van het boerenbedrijf.” Nederland wordt neergezet als een voedselproducerend land dat gebruik maakt van de nieuwste technologieën en voor miljarden aan voedsel exporteert.
 
Onderzoek van het Global Footprint Network nuanceert dit beeld. Nederlanders zijn voor hun voedselconsumptie in hoge mate afhankelijk van import uit het buitenland. Ze overschrijden de opbrengst van hun eigen grondgebied met netto [import minus export] 70%. Dat komt omdat we eerder een “voedselfabricerend” land dan een voedselproducerend land zijn. We voeren veevoer, energie en kunstmest in om vee en groente te kunnen produceren, maar we zorgen niet zelf voor de benodigde grondstoffen. Onze agrarische export is gigantisch als je kijkt naar de cijfers, maar is voor een belangrijk deel gebaseerd op de vruchtbare bodem [biocapaciteit] van andere landen.
 
We zijn niet het enige land dat importeert zoals uit de grafiek valt af te lezen.

Figuur: voedselreserves en voedseltekorten. De groene blaadjes stellen de binnenlandse voedselvraag voor die door het land kan worden gedekt (landen boven de streep hebben voedselreserves of spelen quitte). De vrachtwagens geven aan voor hoeveel procent landen onder de streep aan extra voedsel moeten importeren.
 
In principe is de internationalisering van de voedselproductie gunstig. Het drukt de prijzen. Plaatselijke tekorten als gevolg van misoogsten kunnen beter worden opgevangen. Maar sterke afhankelijkheid van import maakt landen ook uitermate kwetsbaar. Afrika onder de Sahara moet voor zijn omvangrijke bevolking graan importeren, maar kreeg tijdens de covidpandemie te maken met onverwachte prijsstijgingen als gevolg van exportbeperkingen in productielanden als Rusland en Vietnam.
 
Voor rijke landen is afhankelijkheid van import een minder groot risico, omdat ze voldoende deviezen hebben om voedsel op de wereldmarkt te kopen. Zo is Singapore voor 90% afhankelijk van import, maar rijk genoeg om die te bekostigen. De voedselvoorziening kan echter stagneren als gevolg van extreme weersomstandigheden, financiële crises, pandemieën, conflicten of watertekorten. En dat terwijl de wereldbevolking maar doorgroeit en de vraag naar voedsel toeneemt.
 
Ieder land doet er goed aan, om de voedselvoorziening voor de eigen bevolking goed op orde te hebben en de afhankelijkheid van import te vermijden. De draagkracht van een land moet zijn afgestemd op het aantal inwoners door zowel voldoende agrarische grond aan te houden als door het beperken van het inwoneraantal, opdat er geen tekorten kunnen ontstaan. Het is duidelijk dat Nederland op beide terreinen, zowel waar het gaat om behoud van agrarische grond als om het beheersen van het aantal inwoners, gigantisch aan het achteruitboeren is.
 

Facebook
Facebook
E-mail
E-mail
Website
Website
Stichting OverBevolking

ABN-AMRO
IBAN: NL62 ABNA 0619 1264 85
BIC: ABNANL2A

ING NL
IBAN: NL07 INGB 0000 3450 20
BIC: INGBNL2A

KvK Eindhoven
410.93.269

ANBI
8071.34.478
 
Copyright © 2021 Stichting Club van Tien Miljoen, Alle rechten voorbehouden.