Copy
Nieuwsbrief Jaargang 20 Nr. 2

 

Nieuwsbrief van de stichting de club van tien miljoen


Nummer 2 van 2014

Geachte donateur/belangstellende,

Het grootbrengen van een kind kost hetzelfde als een Ferrari, te weten € 170.000. Tenminste, als het gezinsinkomen beneden modaal ligt. Is het inkomen hoger, dan wordt er veel meer geld voor een kind uitgegeven. De kosten kunnen wel over pakweg twintig jaar worden uitgesmeerd.

Ouders met kinderen gaan meer gebukt onder stress dan kinderloze volwassenen. Maar na twintig jaar is die stress voorbij. Uit onderzoek blijkt dat ouders zich even gelukkig voelen als hun kinderloze leeftijdgenoten zodra hun kinderen het huis uit zijn.

Twintig jaar, forse uitgaven en stress. Valt dat ook onder gezinsvoorlichting? Denkt u ook eens na over de volgende stelling:

Het beste dat we voor volgende generaties kunnen doen, is zorgen dat ze met minder zijn.

(Jan van Weeren)

Ontwikkelingshulp is in hoofdzaak weggegooid geld

Het aantal mensen dat onder de armoedegrens leeft neemt wereldwijd af, behalve in landen met zeer hoge vruchtbaarheidscijfers. Deze conclusie kan worden getrokken uit een onderzoek waarbij twintig landen waar vrouwen de meeste kinderen krijgen gedurende dertig jaar werden gevolgd. Elke vrouw brengt daar nog steeds gemiddeld meer dan vier kinderen ter wereld.

In die periode en ook daarvoor zijn gigantische bedragen aan ontwikkelingsgeld in die landen gepompt. Veertien van de twintig landen ontvingen de afgelopen halve eeuw elk meer dan tien miljard dollar, Afghanistan, Tanzania en de Congolese Republiek voorop. Hoe is het dan mogelijk dat het aantal mensen onder de armoedegrens – met een besteedbaar inkomen van minder dan 1,25 dollar per dag per persoon – alleen maar is gestegen?

De voornaamste reden is bevolkingsgroei. Als je armoede wilt bestrijden, moet het vruchtbaarheidscijfer omlaag. Dit brengt ons tot de vraag, in hoeverre de verstrekte ontwikkelingshulp daaraan heeft bijgedragen.

Ontwikkelingsgelden worden aangewend op diverse terreinen. Uit het onderzoek blijkt dat geld uitgegeven voor onderwijs, gezinsplanning en versterking van de economische infrastructuur een remmende invloed heeft op het vruchtbaarheidscijfer. Hoe meer op deze gebieden wordt gespendeerd, des te geringer het gemiddeld aantal kinderen per vrouw.

Aangezien armoedereductie het doel is van ontwikkelingshulp en een hoog vruchtbaarheidscijfer dit doel frustreert, is iedere ontwikkelingshulp die er niet in slaagt dit vruchtbaarheidscijfer terug te dringen, weggegooid geld. Dit geldt ook voor de twintig onderzochte landen in de afgelopen dertig jaar. Ondanks al het geïnvesteerde ontwikkelingsgeld is het aantal mensen onder de armoedegrens alleen maar toegenomen.

Als we ons afvragen waarop we vooral moeten inzetten luidt het antwoord dus: op onderwijs, gezinsplanning en versterking van de economische infrastructuur. En in deze posten is de afgelopen decennia relatief weinig geïnvesteerd, respectievelijk slechts 7%, 0,3% (!) en 9% van het totale budget in de laatste tien jaar. Het is overigens wel bemoedigend dat deze percentages de laatste vijf jaar zijn gestegen. Niettemin is het percentage dat voor gezinsplanning wordt uitgegeven nog steeds ontstellend laag, minder dan het percentage dat aan bestrijding van seksueel overdraagbare ziekten wordt besteed. [You Wu (2013), More Aid + More People ≠ Less Poverty, Universiteit van Lancaster, onderzoek in opdracht van Population Matters]

Houdt u van in boter gebakken biefstuk?

Of eet u liever kaas? Of alleen magere yoghurt? Besef dan wel dat in Zuid-Amerika een stuk natuurgebied ter grootte van Duitsland is opgeofferd aan de sojateelt. De groeiende vraag naar vlees en zuivel als gevolg van een toegenomen welvaart zal de behoefte aan soja tussen nu en 2050 zelfs doen verdubbelen.

Nederland is na China de grootste importeur van soja. ‘Wij eten indirect meer soja dan we ons realiseren,’ zegt Johan van der Gronden, directeur van het Wereld Natuur Fonds. ‘Het overgrote deel van de sojateelt wordt namelijk verwerkt in veevoer voor de productie van vlees, melk, eieren en kaas. Als je een kilo kip koopt, kan daar een pond soja voor zijn gebruikt. Eigenlijk eten wij langzaam de natuur in Zuid-Amerika op.'

In een halve eeuw is het grondgebied waar soja wordt verbouwd vertienvoudigd tot een oppervlak van Frankrijk, Duitsland, België en Nederland samen. De sojateelt heeft op zijn beurt weer andere agrarische activiteiten naar ongerepte natuurgebieden verdreven.

Het behoeft geen betoog dat op andere continenten soja verbouwen en van overzee importeren als voer voor de Nederlandse veestapel een zeer verspillende manier is om aan vlees en zuivelproducten te komen - die we dan ook nog eens voor een belangrijk deel exporteren. Het is vele malen duurzamer om van de eigen akkertjes en weilanden te leven en alleen te produceren wat we zelf nodig hebben, zonder in- of uitvoer en energieverslindende transporten. Alleen duurzame lokale voedselproductie kan de mensen op lange termijn voedselzekerheid verschaffen.

Wat geldt voor soja, geldt ook voor de teelt van gewassen voor biobrandstof. Ook hiervoor worden niet alleen natuurgebieden, maar ook kostbare landbouwgronden opgeofferd.

Slechts een drastische vermindering van het aantal mensen zal - gegeven hun groeiende vraag naar vlees en eiwitrijk voedsel en hun energieverslaving de aarde leefbaar kunnen houden. En voor de liefhebbers is er dan zelfs op zijn tijd ook nog wel een biefstukje.

Duurzaam welzijn in plaats van interende welvaart

In 2014 viert de Club Van Tien Miljoen haar 20e verjaardag. Al die tijd is de boodschap uitgedragen dat overbevolking een gemeenschappelijke factor is van de meeste van onze maatschappelijke problemen. Om tot oplossingen te komen is een actieve en gerichte inzet nodig van burgers die hun regeringen trachten te beïnvloeden. Alles begint bij het individu, bij zijn levensstijl, stemgedrag en voorbeeldfunctie, en schaalt dan op naar de politiek.

Dat de wereldbevolking in korte tijd explosief toegenomen is hoeft geen betoog. Nederland is een van de meest overbevolkte landen in de wereld. Wie de nieuwsberichten volgt, doorziet dat een sterke bevolkingsdruk grote gevolgen heeft voor de ecosystemen om ons heen, zowel dichtbij als veraf, in wezen voor onze hele planetaire biotoop. Er zijn signalen dat de politieke wil groeit om die gevolgen te verzachten. Maar verzachting van gevolgen is louter symptoombestrijding.

De technologie om de gevolgen van overbevolking en daarmee van overconsumptie te verzachten ontwikkelt zich snel. Denk aan energiebesparende mobieltjes, computers, auto's, bussen, vrachtwagens en zeevrachtschepen. Ook 'cradle to cradle' productiesystemen, waarbij de gebruikte grondstoffen na verloop van tijd opnieuw ingezet worden voor nieuwe producten, zullen ongetwijfeld forse effectiviteitsslagen gaan maken. Maar het blijft symptoombestrijding: nieuwe producten al dan niet gebaseerd op recycling vergen nieuwe grondstoffen en nog steeds fossiele energie.

Iedere grafiek over de toename van de wereldbevolking laat die explosieve ontwikkeling goed zien. Een bioloog zal bij een dergelijke grafiek zeggen dat een dergelijke populatieontwikkeling bij de flora of fauna in de regel gevolgd wordt door een scherpe populatiedaling, bijvoorbeeld door voedselgebrek in de biotoop.

De druk op de ecosystemen en biotopen die de mens uitoefent wordt doorgaans gemeten als ecologische voetafdruk. Maar eerder dat de inhoudelijke boodschap van het begrip tot de politiek doordringt, wordt er gedebatteerd over onderliggende definities, meetmethoden en de kwaliteit van de metingen. Nieuwsberichten van de afgelopen jaren en verschillende artikelen op de site van de Club laten zien dat de bevolkingsdruk op heel veel terreinen escaleert, zowel direct (water, voedsel, energie) als indirect (CO2, biodiversiteit, klimaat).

Wat heeft het voor zin om steeds meer mensen in de wereld te zetten als er al niet goed genoeg gezorgd kan worden voor de mensen die er al zijn? Ondanks alle ontwikkelingsinspanningen van organisaties als de VN met haar millenniumdoelen, Unicef, Oxfam Novib, Rode Kruis, Artsen zonder Grenzen, VSO International en talloze andere organisaties zijn er nog steeds miljoenen kinderen die elementaire levensvoorwaarden ontberen. Bijna 12% van de wereldbevolking leed in de periode 2010-2012 chronisch honger (870 miljoen van de 7,1 miljard).Hoeveel indicatoren zijn er nodig om duidelijk te maken dat de mensheid zich vertilt aan haar eigen aantallen, als zelfs voor basale levensbehoeften de voorzieningen grotelijks tekort schieten?

Economische groei moet plaatsmaken voor toekomstbestendigheid: een nieuwe economie van het genoeg en van welzijn moet aansluiten op het denken en doen van nieuwe generaties. Momenteel is de oriëntatie nog steeds materieel: een steeds groter deel van de wereldbevolking koestert zich aan de ideologie dat 'geluk' gelijk staat aan materiële welvaart en hyperconsumptie. Na het rijke westen zijn ook zij aan de beurt. Je kunt ze geen ongelijk geven, maar helaas, de natuurlijke hulpbronnen van de wereld laten die inhaalslag niet toe. Oneerlijk, maar waar. Toekomstige generaties waar ook ter wereld moeten leren leven met duurzaamheid in plaats van overconsumptie en met verdeelde welvaart. De kwaliteit van het bestaan moet centraal staan: duurzaam welzijn boven interende welvaart.

(Bernard Verlaan)

Bernard Verlaan publiceert geregeld informatie over toekomstgerelateerde onderwerpen. Meer informatie: Nederland - databank toekomstverkenningen www.toekomstverkenning.nl 

Internationaal: databank toekomstverkenningen www.bjernv.dds.nl/2010-2050.PDF 

Informatie over uiteenlopende wereldproblemen vindt u in het persberichtenlijstje www.bjernv.dds.nl/WP.html

Minder CO2? Minder Europeanen!

Het gaat goed met de CO2-reductie in de Europese Unie. De uitstoot is tussen 1990 en 2010 met meer dan 18% verminderd. De EU heeft zich tot doel gesteld de uitstoot tussen 1990 en 2050 met minstens 80% terug te brengen. Er zijn momenteel 27 staten lid van de EU; van iedere lidstaat is bekend hoeveel CO2 deze in 2010 de lucht in heeft geblazen. Omdat ook het inwoneraantal bekend is, kunnen we de uitstoot per hoofd van de bevolking berekenen. Die varieert nogal. In Letland was de emissie 5,4 ton per persoon, in Luxemburg 24,1. Nederland zit met 12,7 boven het EU-gemiddelde, evenals onze ‘groene’ buur Duitsland (11,4 ton).

De gemiddelde CO2-uitstoot per inwoner van de Europese Unie bedroeg in 2010 9,4 ton. Om erachter te komen wat de reductiedoelstelling van de EU betekent, is het nodig om te weten hoeveel mensen er in 2050 binnen haar grenzen leven. De Bevolkingsafdeling van de Verenigde Naties levert daarvoor schattingen, een hoge, een lage en een gemiddelde. Volgens de hoge prognose is de Europese bevolking in 2050 met 75 miljoen mensen toegenomen. Deze bevolkingsgroei zorgt tussen 2010 en 2050 voor maar liefst 15 miljard tonnen extra CO2.

Nu komt de som: hoeveel windturbines zijn er nodig om die uitstoot op groene wijze te compenseren? Een doorsnee windturbine levert tijdens zijn leven een hoeveelheid kilowattuur die opweegt tegen een hoeveelheid fossiele energie. Berekend is dat zo’n doorsnee windturbine ons 41.700 ton CO2 kan besparen. De verdere berekening is kinderlijk eenvoudig. Om de CO2-uitstoot van 75 miljoen extra inwoners van Europa te compenseren, moeten minstens 360.000 (!!!) windturbines e x t r a gebouwd en geplaatst worden.

De Europese Unie heeft haar handen vol aan het realiseren van de 80% reductiedoelstelling in 2050. Ze kan daar geen extra mensen bij gebruiken. De noodzaak van een gigantisch aantal extra windturbines kan het makkelijkst worden omzeild door beperking van het aantal Europeanen. [Mengran Gao (2013), More Europeans, Tougher Carbon Targets, Universiteit van Lancaster, onderzoek in opdracht van Population Matters]

De doorgeschoven rekening

Hans Rosling sleept je mee in zijn boeiende presentaties over de wereld in wording. Met bewegende grafieken laat hij zien hoe de landen zich de afgelopen jaren hebben ontwikkeld. Gedurende zijn leven – de Zweedse arts en statisticus is 65 – is de wereldbevolking verdubbeld van 3,5 naar 7 miljard mensen. Hij laat zien dat een hogere levensverwachting – door minder kindersterfte - gepaard gaat met een verlaging van het geboortecijfer. Alle landen zijn op weg naar het vervangingsniveau van twee kinderen per stel, aldus Rosling, en sommige zitten daar zelfs onder. Het aantal kinderen dat de komende jaren geboren wordt, zal per generatie blijven steken op 2 miljard. Dat er dan nog steeds heel veel mensen bijkomen komt doordat die nieuwe generaties de plaats van oudere generaties gaan innemen. Dit zal uiteindelijk leiden tot een wereldbevolking van 11 miljard die mogelijk weer gaat krimpen. Dus niks bevolkingsbom. Het bevolkingsvraagstuk is opgelost.

Roslings grafieken gaan ook over de verdeling van rijkdom in de wereld, over energiegebruik en CO2-uitstoot. Mensen die in welstand leven verbruiken en vervuilen het meest. Zij kunnen zich vliegreisjes en auto’s veroorloven. Hun aantal neemt in hoog tempo toe, van 1 miljard naar 2 à 3 miljard binnen enkele tientallen jaren.

Hier loopt de toekomstverwachting van Rosling spaak. Hij noemt zich geen optimist, maar ‘positivist’ als hij zegt dat welvarende landen maar eens moeten bedenken hoe ze straks elf miljard mensen van voldoende energie kunnen voorzien en ook nog eens de klimaatverandering kunnen stopzetten. Rosling schuift de rekening door naar toekomstige generaties. Het bevolkingsvraagstuk is niet opgelost, gegeven de grondstoffen- en energievraag van miljarden mensen en het feit dat slechts 1 à 2 miljard van hen duurzaam op aarde kunnen leven.

We kunnen de wereldbevolking niet op haar beloop laten.

Artikelen - De club van tien miljoen

Video's - Overbevolking

video1.jpg

video2.jpg

video3.jpg


CVTM Artikelen Nieuws Video's Foto's Over ons Uw donatie Aanmelden Adres
(doorsturen)