Copy
Ceifer Nieuwsbrief
Bekijk deze e-mail in uw browser

Fiscaal

Fiscale aspecten van laadpalen

Met de sterke opkomst van de elektrische en de hybride auto neemt vanzelfsprekend ook het aantal ‘oplaadvoorzieningen’ (beter bekend als laadpaal) toe. Veel werknemers die gekozen hebben voor een (semi-)elektrische auto krijgen van hun werkgever zo’n laadpaal in gebruik. Maar wat zijn daarvan de fiscale gevolgen? In een (herzien en aan de WKR aangepast) besluit van 20 maart 2015 heeft de staatssecretaris daar meer duidelijkheid over gegeven. Die was namelijk bang dat onduidelijkheid over de fiscaliteit de overgang naar elektrisch rijden zou ontmoedigen. Goedgekeurd is dat het plaatsen van een laadpaal in of bij de woning van de werknemer geacht wordt deel uit te maken van de terbeschikkingstelling van de auto. Dat geldt ook voor een vergoeding daarvoor als de werknemer op verzoek van de werkgever de laadpaal op eigen kosten laat plaatsen. Ook verhoogt de laadpaal de catalogusprijs van de auto voor de bijtelling niet. Verder wordt goedgekeurd dat de werknemer de benodigde elektriciteit aan de werkgever ‘tegen kostprijs’ mag doorleveren, zonder dat dit fiscale gevolgen heeft.

De goedkeuring geldt ook als er geen bijtelling hoeft plaats te vinden, bijvoorbeeld omdat er minder dan 500 privékilometers worden gereden. Wie met zijn eigen auto tegen een kilometervergoeding rijdt (vaak de bekende belastingvrije € 0,19) heeft minder geluk. De onbelaste vergoeding is all-in, en betreft dus ook de kosten van laadpaal en elektriciteit.

Valse start aangiftecampagne

Vanaf 1 maart 2015 kunnen belastingplichtigen hun aangifte IB 2014 weer digitaal indienen. De belangstelling hiervoor was zo groot dat de site van de fiscus overbelast raakte. De site kan namelijk niet meer dan enkele tienduizenden aangiftes tegelijk aan. Die massale belangstelling is door de fiscus zelf aangewakkerd. Mensen werden eerder opgeroepen om toch vooral op tijd aangifte te doen. Nog vervelender was een aantal fouten in de vooringevulde aangifte en in het aangifteprogramma. Zo dienden mensen de gegevens van hun kapitaalverzekering in te vullen. Maar ze hadden vaak geen kapitaalverzekering! Paniek alom, zodat de fiscus zich niet alleen gedwongen zag de fout zo snel mogelijk te herstellen, maar bovendien een rectificatie op Mijn Belastingdienst te plaatsen.

Snel aangifte doen heeft zowel voor- als nadelen. Het voordeel kan gelegen zijn in het besparen van belastingrente, het nadeel is de kans op fouten in het aangifteprogramma die nog niet verholpen waren toen u aangifte deed. Een overzicht van de bugs (en de datum waarop deze zijn opgelost) kan gevonden worden op de site van de fiscus.

Aanscherping 30%-regeling toegestaan

Werknemers die vanuit het buitenland in Nederland komen werken, hebben meestal te maken met ‘extraterritoriale kosten’. Die kosten mogen door de werkgever onbelast vergoed worden. Daarnaast mag de werkgever 30% van het loon (inclusief de vergoeding) belastingvrij verstrekken. Deze regeling staat bekend als de 30%-regeling. De regeling dreigde echter aan zijn eigen succes ten onder te gaan. De toenmalige staatssecretaris van Financiën Weekers scherpte daarom medio 2012 de regeling aan. Buitenlandse werknemers die in Nederland kwamen werken en op de regeling een beroep wilden doen moesten gedurende twee derde van de 24 maanden voorafgaand aan de overkomst (zestien maanden dus) minstens 150 kilometer verwijderd van de landsgrens hebben gewoond. 
De nieuwe regeling sloot dus niet aan bij de werkplek, maar bij de landsgrens, wat nog een groot verschil kan maken! Verder werd er een ondergrens aan het salaris gesteld; men moest ten minste € 50.000 per jaar gaan verdienen. De vraag was of dit 150 kilometer vereiste in strijd was met het vrije verkeer van werknemers. Het Hof van Justitie heeft nu beslist dat de gestelde eis niet in strijd is met EU-recht. Indien toepassing van de regeling echter zou leiden tot ‘een systematische overcompensatie van de daadwerkelijk gemaakte extraterritoriale kosten’ dan zou van strijd met het EU-recht wel sprake kunnen zijn.

Of dat in deze zaak het geval is zal uiteindelijk door de Hoge Raad beslist moeten worden.

Klikkende accountant

Is een accountant verplicht om fraude bij de Belastingdienst te melden? Of gaat de geheimhoudingsplicht voor? De Accountantskamer heeft onlangs in een voor velen verrassende uitspraak beslist dat de accountant bij een vermoeden van omvangrijke (fiscale) fraude de verplichting heeft dit aan de Belastingdienst te melden. Tot nu toe had een accountant of belastingadviseur slechts een meldplicht op grond van de ‘Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme’ (Wwft). Maar het maatschappelijk belang dat ‘omvangrijke fraude met gemeenschapsgeld’ zo spoedig mogelijk aan het licht komt, brengt naar het oordeel van de Accountantskamer met zich mee dat van een accountant gevraagd mag worden dat hij die fraude aan de Belastingdienst meldt. En daarbij mag voorbij gegaan worden aan de plicht tot geheimhouding van de accountant.

Zwartspaarders

De fiscale strijd tegen zwartspaarders is door voormalig staatssecretaris van Financiën De Jager tot speerpunt van zijn beleid gemaakt. En met groot succes. Maar nu heeft de fiscus in een tweetal zaken onthutsende nederlagen geleden. In een zwartspaarderszaak bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden wilden twee medewerkers van de Belastingdienst (op last van hogerhand) de identiteit van een tipgever niet onthullen. De President van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden deed daarop namens het hof aangifte tegen het Ministerie van Financiën wegens het beïnvloeden van getuigen. Verder gingen de aanslagen van tafel en kreeg de belastingplichtige zijn proceskosten van € 75.000 vergoed.
In een tweede zwartspaarderszaak, waarbij de inspecteur volgens het Gerechtshof Den Bosch misbruik maakte van zijn bevoegdheid om de wettelijke termijn van zes weken voor het doen van uitspraak op bezwaar op te schorten, verbeurde de Belastingdienst een bedrag van maar liefst € 68.040. Verder kreeg de inspecteur twee weken de tijd om uitspraak op bezwaar te doen. Bleef die uitspraak opnieuw uit dan zou aan dwangsommen maximaal een bedrag van € 1.620.000 verbeurd kunnen worden. 

Zonder twijfel zal in beide zaken hoger beroep worden ingesteld. Duidelijk is wel dat de Belastingdienst zich in de strijd tegen zwartspaarders wel veel maar niet alles kan veroorloven.

Pomphouders door de pomp

Zowel per 1 januari 2014 als per 1 januari 2015 zijn de accijnzen op benzine, diesel en LPG verhoogd. De Nederlandse brandstofaccijnzen behoren tot de hoogste in Europa. Hierdoor is er een inmiddels wel erg groot prijsverschil met het buitenland ontstaan, wat pomphouders in de grensstreek aan de rand van de afgrond heeft gebracht. Twee individuele pomphouders en de Stichting Accijnsclaim Pomphouders riepen de hulp van de kortgedingrechter in. Hierin vroegen zij om betaling door de Nederlandse Staat van een voorschot op de schade die zij geleden zouden hebben als gevolg van de accijnsverhoging op LPG en diesel per 1 januari 2014. Maar zij vingen bot. Hoewel het volgens de rechter aannemelijk is dat de accijnsverhoging heeft bijgedragen aan de slechte bedrijfsresultaten van de pomphouders, staat niet vast in welke mate dat het geval is. Ook in 2013 stonden de resultaten al onder druk, en toen was er nog geen sprake van een accijnsverhoging. 
Daarom kan het inkomensverlies niet alleen maar veroorzaakt zijn door de accijnsverhoging op brandstof. Ook andere fiscale maatregelen (hogere accijnzen op alcohol en tabak en de verhoging van de btw) kunnen bijgedragen hebben aan een daling van de shopverkopen. Ook steeds zuiniger rijdende auto’s en bevolkingskrimp in de grensregio’s kunnen een oorzaak zijn van het omzetverlies.
 
In een bodemprocedure kan meer duidelijk worden. De pomphouders zelf zijn bang dat ze tegen die tijd al lang failliet zullen zijn.

Einde gouden horloge en vulpen

Einde gouden horloge en vulpenLange tijd kende de loonbelasting een vrijstelling voor geschenken met een in hoofdzaak ideële waarde. Bij zo’n geschenk stond de ideële waarde voorop, en niet –althans in veel mindere mate– de financiële waarde van dit geschenk. Wat niet wil zeggen dat die financiële waarde er niet was. Bekende voorbeelden in deze categorie waren het gouden horloge of de fraaie vulpen ter gelegenheid van een langdurig dienstverband, al dan niet met inscriptie. Met de invoering van de Werkkostenregeling (WKR) is het afgelopen met deze traditie. Voortaan dient u de waarde van zulke geschenken tot het loon van de werknemer te rekenen. Wel kan de waarde van zo’n geschenk ten laste worden gebracht van de bekende vrije ruimte in de WKR van 1,2%.

Dalende belastingrente

Als een aanslag enige tijd na het verstrijken van een fiscaal tijdvak wordt opgelegd, dient er belastingrente betaald te worden. Deze belastingrente kan (grotendeels) voorkomen worden door tijdig om een aanvullende voorlopige aanslag te vragen. Belastingrente dient niet verward te worden met de rente die men verschuldigd kan worden nadat een aanslag is opgelegd. Dat is de zogeheten invorderingsrente. Er bestaat op dit moment een onderscheid in de hoogte van de belastingrente voor de vennootschapsbelasting en voor de andere belastingen. Voor de andere belastingen (en voor de invorderingsrente) geldt een ondergrens van 4%. 
De belastingrente voor de vennootschapsbelasting kent een ondergrens van maar liefst 8%. Tot 1 maart 2015 lag deze rente echter nog boven deze ondergrens en bedroeg 8,15%. Vanaf die datum is het tarief verlaagd tot 8,05%.

Ondanks deze verlaging blijft dit tarief erg hoog. Uw positie in de vennootschapsbelasting dient dan ook nauwlettend gevolgd te worden om verrassingen te voorkomen. Verzoek zo nodig om een (nadere) voorlopige aanslag. Dat kan ook een lagere aanslag zijn, want in principe vergoedt de fiscus bij een teruggave vennootschapsbelasting geen rente!

Controlethema’s

De Belastingdienst maakt elk jaar een lijst met de controle- en servicethema’s. Die thema’s krijgen bij de controle van de aangifte inkomstenbelasting extra aandacht. Bij de controle van uw aangifte inkomstenbelasting 2014 heeft de Belastingdienst dit keer bijzondere aandacht voor de aftrek van specifieke zorgkosten (denk aan dieetkosten), gezinshulp en medicijnen, de onderhoudskosten voor een Rijksmonumentenpand, levensonderhoud van kinderen onder de 21 jaar (al dan niet bij echtscheiding), buitenlandse pensioenen uit België en Duitsland, buitenlands vermogen en het gedurende een langere periode opvoeren van een negatief bedrag bij ‘inkomsten uit overig werk’. De bovenstaande onderwerpen komen in grote lijnen overeen met de controlethema’s over 2013.

Bij ondernemers in de inkomstenbelasting zal de fiscus ook extra gaan letten op de zakelijkheid van de kosten. Verder houdt de Belastingdienst de aftrek van voorbelasting in de gaten bij BTW-ondernemers.

Verrekening verlies uit aanmerkelijk belang ook zonder beschikking

Voor het kunnen verrekenen van een verlies in box 1 (denk aan ondernemingsverliezen) is het noodzakelijk dat de Belastingdienst een beschikking heeft afgegeven. Die beschikking wordt in de regel samen met de aanslag vastgesteld. Zonder beschikking is verliesverrekening niet mogelijk. Maar geldt dat nu ook voor verlies uit aanmerkelijk belang? Is de beschikking daar een noodzakelijk (‘constitutief’) vereiste om te mogen verrekenen of is het eerder een bewijsrechtelijke kwestie in die zin dat de beschikking de hoogte van het te verrekenen bedrag aangeeft? Rechtbank Zeeland – West Brabant oordeelde in laatste zin: verrekening van een niet bij beschikking vastgesteld verlies uit aanmerkelijk belang is gewoon mogelijk. De belastingplichtige heeft vanzelfsprekend dan wel de bewijslast van bestaan en omvang van dit verlies.
 
Ondanks deze uitspraak is het erg verstandig om een verlies uit aanmerkelijk belang altijd in uw aangifte op te voeren, ook als het (nog) niet verrekend kan worden. Maar mocht dat – om welke reden dan ook – achterwege zijn gebleven dan kunt u met deze uitspraak uw voordeel doen.

E-mail schept vertrouwen

Ieder mailtje dat de fiscus verstuurt, eindigt met de woorden: “De Belastingdienst stelt e-mail niet open voor aanvragen, aangiften, bezwaarschriften, verzoeken, klachten, ingebrekestellingen en soortgelijke formele berichten”. Desondanks heeft de Rechtbank Noord-Nederland bepaald dat een belastingplichtige vertrouwen mag ontlenen aan een toezegging van de Belastingdienst per e-mail. In deze zaak had de fiscus de toezegging gedaan dat als aan bepaalde voorwaarden zou worden voldaan een oude en te verbouwen school voor de overdrachtsbelasting gedeeltelijk als woning kon worden beschouwd. Daardoor kon een beroep gedaan worden op het 2% tarief in de overdrachtsbelasting.

Fiscale gevolgen beroepspensioenregeling

Nogal wat ondernemers (onder meer medisch specialisten, fysiotherapeuten en apothekers) nemen verplicht deel aan een beroepspensioenregeling. Met ingang van 2015 is het fiscale kader van deze regelingen (het zogenaamde Witteveenkader) sterk veranderd. Premiebijdragen zijn vanaf 2015 slechts aftrekbaar voor de inkomstenbelasting als aan een groot aantal vereisten in de loonbelasting wordt voldaan. Over deze beroepspensioenregeling zijn Kamervragen gesteld. Uit antwoorden van staatssecretaris Wiebes blijkt onder meer dat het bij deze regelingen fiscaal altijd is toegestaan om van een lager bedrag uit te gaan dan het bedrag dat ten hoogste als pensioengevend loon in aanmerking genomen mag worden.

De toezegging kan onder meer van belang zijn als een ondernemer door bijvoorbeeld arbeidsongeschiktheid minder is gaan verdienen, maar zijn inkomen in de (eerdere) referentieperiode nog niet overeenkomstig is gedaald.

Leeftijdsgrens geen discriminatie

Belastingplichtigen die een opleiding of studie volgen om daar later inkomen mee te verdienen, kunnen de daarvoor gedane uitgaven (onder voorwaarden) opvoeren als aftrekpost. Het gaat dan om zogeheten scholingsuitgaven. Voor zover de kosten gemaakt worden buiten de standaardstudieperiode geldt 
een aftrekbaar maximum van € 15.000. De standaardstudieperiode is een aaneengesloten periode van vijf jaar en eindigt in ieder geval bij het bereiken van de leeftijd van dertig jaar. Een verkeersvlieger in opleiding was op zijn dertigste blijkbaar nog niet afgestudeerd en zag zijn aftrekpost dan ook beperkt tot € 15.000. Hij was het daar niet mee eens: er zou sprake zijn van een niet-gerechtvaardigd onderscheid naar leeftijd. Oftewel: leeftijdsdiscriminatie. Maar de rechter was het daar niet mee eens. Weliswaar kende de bewuste regeling enige ruwheid wat betreft het onderscheid naar leeftijd, maar daarmee berustte de regeling nog niet op een evident onredelijke grond. Ook in hoger beroep kreeg de verkeersvlieger daarom geen gelijk.

Het feestje is over!

Wanneer en waar kan er onbelast gefeest worden met het personeel? Daarover ontstond onlangs verwarring door een ongelukkige uitspraak van de Belastingdienst tijdens een webinar over de WKR. Even leek het dat de fiscale mogelijkheden voor bedrijfsfeesten waren verruimd en dat de kosten van de reis, het eten en drinken en zelfs de overnachting na het feest onbelast –en dus niet ten koste van de bekende vrije ruimte van 1,2%– verstrekt konden worden. Dat was in tegenspraak met een eerder standpunt van de staatssecretaris die een vrijstelling voor dit soort feesten veel te begrotelijk vond. Dat zou hem namelijk maar liefst 370 miljoen euro kosten. Zou men dit kostenneutraal willen doen dan zou de vrije ruimte verlaagd moeten worden naar (nog maar) 0,83%. Ook in het bekende Handboek Loonheffingen 2015 
(een uitgave van de Belastingdienst) was een veel minder ruim standpunt terug te vinden. In een recente publicatie is de Belastingdienst teruggekomen op de eerdere uitspraken. De kosten van een extern personeelsfeest vormen gewoon loon, dat wel mag worden ondergebracht in de vrije ruimte. Het fiscale feestje is over!

Fiscaal voordeel valt echter nog steeds te behalen door het feest op de eigen locatie van de werkgever te organiseren. Denk aan de kantine of een feesttent op de parkeerplaats. In zo’n geval mogen maaltijden forfaitair (€ 3,20) worden gewaardeerd. Nog meer fiscale ruimte is er bij sociale bedrijfsuitjes op een externe locatie. Denk aan sociaal of cultureel vrijwilligerswerk via het bedrijf.

Vergoeding Arbovoorzieningen onbelast

Werkgevers zijn verantwoordelijk voor goede werkomstandigheden en een veilige werkomgeving. Hiervoor kent de Arbeidsomstandighedenwet (beter bekend als Arbowet) tal van regels en voorschriften. Voor Arbovoorzieningen bestaat in de WKR een gerichte vrijstelling. Op grond hiervan kan de werkgever Arbovoorzieningen onbelast aan de werknemer vergoeden, verstrekken of ter beschikking stellen. De voorziening dient wel samen te hangen met de verplichtingen van de organisatie op grond van de Arbowet. Ook dient de Arbovoorziening tijdens werktijd te worden gebruikt.

Voor Arbovoorzieningen op de thuiswerkplek gelden aanvullende voorwaarden. Zo dient de inrichting van de thuiswerkplek te voldoen aan het Arbeidsomstandighedenbesluit. Als dat niet het geval is vormt de Arbovoorziening belast loon, tenzij deze ondergebracht wordt in de vrije ruimte van de WKR.

Goed nieuws voor bezitters Franse tweede woning

Anders dan in Nederland is voor particulieren in Frankrijk de verkoopwinst op onroerende zaken belast als inkomsten uit vermogen. Fiscaal ingezetenen betalen over dit inkomen niet alleen inkomstenbelasting, maar ook sociale premies. Niet-ingezetenen betaalden alleen inkomstenbelasting. In 2012 werd dit veranderd en moesten ook niet-ingezetenen premies gaan betalen, naar een tarief van maximaal 15,5%. Het Europese Hof van Justitie heeft echter beslist dat Frankrijk Europese regels overtreedt, door ook bij niet ingezeten EU-burgers, die immers al onder het sociale stelsel van hun woonstaat vallen, sociale premies in te houden over hun Franse vermogensinkomsten. 

Hou er wel rekening mee dat u deze teruggave moet claimen. Van een spontane terugbetaling door de Franse Staat zal zeer waarschijnlijk geen sprake zijn!

Geen privacy jegens Belastingdienst

In de jacht op frauderende (want de bijtelling wegens privégebruik niet aangevende) leaserijders gaat de fiscus tamelijk ver. Zo werden eerder al de kentekens van parkeerders in parkeergarages opgevraagd, zodat die met de bijgehouden en aan de fiscus overlegde kilometeradministraties vergeleken konden worden. Dat opvragen werd (weliswaar in hoger beroep) door de fiscale rechter goedgekeurd. 
Maar de fiscus heeft nog meer ijzers in het vuur! Want uw kenteken kan ook (bijvoorbeeld in geval van een snelheidsovertreding) voorkomen op camerabeelden van het Korps landelijke politiediensten (KLPD). Ook daar werden door de fiscus kentekengegevens opgevraagd. Een door de mand gevallen automobilist (zijn rittenadministratie week af van de camerabeelden) was van mening dat het gebruik van deze foto’s inbreuk maakte op zijn privacy. Dat was de rechter met hem eens, maar de fiscale controle op het privégebruik vormde volgens de rechter hiervoor een voldoende rechtvaardiging. Bovendien zouden andere controlemethoden ook een inbreuk op de privacy betekenen. Ook dan zal immers de vraag gesteld worden waar u op enig moment was.

Een beroep op iemands privacy richting Belastingdienst lijkt dus betrekkelijk kansloos.

Compenserende heffing is geen momentopname

De vennootschapsbelasting stelt in bepaalde gevallen beperkingen aan de aftrek van betaalde rente. Soms is de aftrekmogelijkheid afhankelijk van de vraag of de betaalde rente bij de ontvangende partij naar ‘een redelijk tarief’ (waarmee in de regel een tarief van ten minste 10% wordt bedoeld) wordt belast. Met andere woorden: aftrek is enkel mogelijk indien sprake is van een ʻcompenserende heffing’. De Hoge Raad heeft nu beslist dat de aanwezigheid van een kwalificerende compenserende heffing niet eenmalig is. In dit geval was van zo’n compenserende heffing nog sprake ten tijde van de aankoop van aandelen in een gelieerde vennootschap, waarvan de koopsom rentedragend aan de Nederlandse verkoper werd schuldig gebleven. Die verkoper betaalde gewoon belasting over de door haar ontvangen rente, dus aftrek was bij de kopende vennootschap geen probleem. Toen de verkoper haar vordering verkocht aan een Antilliaanse vennootschap veranderde de situatie. Deze vennootschap betaalde geen belasting over de door haar ontvangen rente. De Hoge Raad besliste dat de vraag naar het bestaan van een compenserende heffing niet eenmalig dient te worden aangelegd. Na de overdracht van een vordering aan een andere crediteur, die onder een ander belastingregime valt, dient opnieuw de vraag gesteld te worden of nog steeds sprake is van een compenserende heffing.

In zo’n geval zal na de verkoop verschuldigde rente bij de schuldenaar niet langer aftrekbaar zijn. Anderzijds zal aftrek wel (weer) mogelijk zijn na een cessie van de vordering aan een partij die over de ontvangen rente voldoende belasting betaalt.

‘Gedoe’ met kilometeradministraties

Over de auto van de zaak en de daarbij vaak onvermijdelijke kilometeradministratie wordt onevenredig veel geprocedeerd. Soms met succes, vaak ook tevergeefs. 

In een zaak waarin iemand een op zich geloofwaardige administratie had overlegd, bleek uit gegevens van de Belastingdienst dat op vijf dagen op een andere plaats was gereden dan verantwoord was in de administratie. Een verklaring daarvoor kon niet worden gegeven. Tien andere waarnemingen van de fiscus werden wel door de administratie van de automobilist bevestigd. Ondanks de gebleken gebreken oordeelde de rechter dat bewezen was dat met de auto minder dan 500 km in privé was gereden. Van belang daarbij was dat de inspecteur ter zitting had verklaard het niet uit te sluiten dat de auto inderdaad voor niet meer dan 500 kilometer voor privédoeleinden was gebruikt. Een rittenregistratie is, aldus de rechter, geen doel maar slechts een middel.
 
Minder goed liep het af met iemand die maar liefst tien jaar (!) na dato een kilometerregistratie had opgesteld. De rechter twijfelde zozeer aan de authenticiteit van een zo lang na de bestreden periode opgestelde registratie dat alleen daarom al het bewijs dat de auto niet (of maar beperkt) privé was gebruikt niet was geleverd. Ook een automobilist die kwam aanzetten met een verklaring van de werkgever over zijn autogebruik boekte bij de rechter geen succes. Met zo’n achteraf opgestelde verklaring kan volgens de rechter niet worden bewezen dat een auto niet privé is gebruikt.

Om de bijtelling te vermijden is het in de regel nog steeds noodzakelijk dat een rittenadministratie op de voorgeschreven wijze wordt bijgehouden.

Geen aansprakelijkheid bij verleend uitstel van betaling

Wie de aandelen van een bv verkoopt, terwijl er bij die bv sprake is van een (latente) fiscale claim (bijvoorbeeld doordat bij die bv een herinvesteringsreserve op de balans prijkt) loopt het risico om later voor die fiscale claim door de fiscus aansprakelijk te worden gesteld. Een aansprakelijk gestelde verkoper ontsprong echter de dans doordat de Ontvanger de belastingschuldige bv te lang en zonder zekerheden te vragen uitstel van betaling van de aanslag had verleend. Daarmee had hij een mogelijk toekomstig verhaal op de bv door de aansprakelijk gestelde verkoper onmogelijk gemaakt. Eerder had de Hoge Raad al beslist dat de fiscus, met het oog op de belangen van anderen, geen uitstel mag verlenen voor een langere dan noodzakelijke periode of daarbij met minder zekerheid genoegen mag nemen dan hij bij een behoorlijke taakuitoefening zou hebben gedaan.
 
Voor het bedrag waarvoor de belastingschuldige bv zekerheid had kunnen verschaffen kan de verkoper niet meer aansprakelijk worden gesteld.

Onrechtmatig (fiscaal) bewijs

In strafzaken kan het zo zijn dat een verdachte niet veroordeeld kan worden, omdat het gebruikte bewijsmateriaal volgens de strafrechter onrechtmatig is verkregen. Denk aan huiszoekingen zonder last of aan niet-toegestaan gebruik van infiltranten. Maar mag zulk bewijsmateriaal wel worden gebruikt in het kader van belastingheffing en de daarmee eventueel gepaard gaande boete? Eerder besliste de Hoge Raad al dat dit wel het geval is, maar onlangs werd deze kwestie opnieuw aan de hoogste rechter voorgelegd. Het betrof iemand die werd verdacht van valsemunterij en heling, maar de strafrechtelijke dans ontsprong omdat het bewijsmateriaal onrechtmatig was verkregen. In de daarop volgende fiscale procedure wilde de inspecteur dit strafrechtelijk onbruikbare bewijs gewoon gebruiken. En daarin kreeg hij van de Hoge Raad gelijk. Volgens de Hoge Raad mag de rechter in fiscale procedures bij het beoordelen van bewijsmateriaal eigen maatstaven hanteren, die kunnen afwijken van die van de strafrechter. 

Komt de fiscale rechter ten aanzien van het bewijs tot een ander oordeel dan de strafrechter dan moet hij dit uitdrukkelijk motiveren. In uitzonderlijke gevallen zal het onrechtmatig verkregen bewijsmateriaal ook fiscaal onbruikbaar zijn. Over de vraag wanneer dat het geval is liet de Hoge Raad zich echter niet uit. U zou kunnen denken aan met lichamelijk geweld (of dreiging daarmee) verkregen bewijs.

Parkeren met korting is niet toegestaan

Wie in een grote stad woont, is met het verschijnsel vast wel bekend: wederverkopers van parkeerkaartjes, die al eerder gebruikte – maar steeds nog geldige – kaartjes met forse korting doorverkopen. Rechtbank Gelderland heeft nu beslist dat wie met zo’n kaartje parkeert toch een naheffingsaanslag parkeerbelasting kan krijgen, ook al is het kaartje niet aan het kenteken gebonden en is de parkeertijd nog niet verstreken. Een parkeerkaartje is namelijk geen ‘waardebon’, waarmee iedereen naar believen kan parkeren. Parkeren is gefiscaliseerd, en fiscale verplichtingen zijn per definitie een persoonlijk iets. Alleen de automobilist die het kaartje zelf koopt, betaalt volgens de Rechtbank Gelderland de verschuldigde parkeerbelasting. Of men de tijd waarvoor belasting is betaald gebruikt of niet en dat men geen geld terugkrijgt als de tijd waarvoor is betaald niet gebruikt, is volgens de rechter niet van belang.

Overig Nieuws

Premiekorting werklozen voor kleine werkgevers

Kleine werkgevers kunnen op dit moment maar moeilijk profiteren van de premies (in de vorm van premiekortingen) die er zijn voor het in dienst nemen van werkloze jongeren, ouderen en arbeidsgehandicapten. Kortingen van minder dan € 7.000 worden namelijk niet (volledig) uitbetaald. Door deze drempel af te schaffen wordt het vanaf 2016 ook voor kleine werkgevers aantrekkelijk om uitkeringsgerechtigden in dienst te nemen.

De maatregel is overigens budgetneutraal. De extra kosten worden opgevangen door het totale financiële voordeel per werknemer te verlagen. Hierdoor gaan de ‘groten’ meebetalen voor de ‘kleintjes’.

Weigeren of beneficiair aanvaarden erfenis is trend

Steeds vaker wordt een erfenis geweigerd of beneficiair aanvaard. Bij een beneficiaire aanvaarding is men slechts aansprakelijk voor schulden tot aan het bedrag van de baten van de erfenis, zodat men er per saldo nooit bij kan inschieten. Op die manier kan men zich beschermen tegen een ‘schulderfenis’. Ook een erfenis met daarin een maar moeilijk verkoopbaar (of zelfs onverkoopbaar) huis kan reden zijn om de erfenis niet ‘zuiver’ te aanvaarden.

Volgens de onderzoekers spelen bij dit alles ook de verwaterende familiebanden een rol. Hierdoor is men niet goed bekend met de financiële positie van de overledene, waardoor beneficiair aanvaarden verstandig is. Overigens wordt er gewerkt aan een wettelijke regeling die voorkomt dat men aansprakelijk is voor bij de erven niet bekende schulden. Die regeling is echter nog niet ingevoerd.

Kruimeldiefstal

Diefstal is op zich een reden voor ontslag op staande voet. En dat kan ook zo zijn als er sprake is van kruimeldiefstal. Zo zijn in het recente verleden medewerkers van een vliegtuigmaatschappij ontslagen omdat ze pinda’s hadden gegeten uit (soms al door passagiers geopende!) zakjes. En zeer recent ging een medewerkster van een espressobar er op staande voet uit omdat ze een muntje van 50 cent (door een klant op de bar gelegd vanwege gebruikmaking van het toilet) in eigen zak had gestoken. De waarde van het gestolen goed lijkt minder van belang te zijn dan de geschonden vertrouwensrelatie. 
Ook een langdurig dienstverband, goed functioneren of het feit dat het gaat om een eerste vergrijp zijn minder relevant. 

Er is echter ook rechtspraak te vinden waarin meer rekening wordt gehouden met het feit dat de gevolgen van het ontslag voor de werknemer onevenredig zwaar zijn. Zo werd het ontslag teruggedraaid voor een werknemer met grote psychische en financiële problemen en voor de kostwinner van een gezin met twee minderjarige kinderen (die één cashewnootje had opgegeten). 
www.ceifer.nl
Facebook

Copyright © 2015 216 Ceifer Accountants en Belastingadviseurs, alle rechten voorbehouden.